Verslag van een avond met ds. Henk Leegte

Vernieuwing in de gemeente

In de afgelopen jaren heeft het opbouwwerk van de GDS een serie bijeenkomsten georganiseerd rond gemeentevernieuwing. Verschillende predikanten (ds. Heijn uit Haarlem, ds. Rob Workel en ds. Paul Thimm uit Friesland, ds. Brüsewitz uit Groningen) hebben hun visie gegeven op de toekomst van de dikwijls kleine doopsgezinde gemeente en hebben ons deelgenoot gemaakt van de wijze waarop zij in hun gemeente werken aan de toekomst.

Op 29 maart 2007 kwam ds. Henk Leegte uit Amsterdam in Haren vertellen over zijn opvattingen en hoe deze in zijn gemeente Amsterdam een uitwerking krijgen.

Ds. Leegte plaatste allereerst zijn eigen levensverhaal met het doopsgezind zijn en worden naast het verhaal van veel hedendaagse mensen die op zoek zijn naar ‘iets’: hij ervaart zichzelf als staande in een generatielange rij van doopsgezinden en vrolijk en gelukkig opgegroeid en gesocialiseerd in de geborgenheid van een kleine doopsgezinde gemeente. Dit is ook wat de doopsgezinden te bieden hebben: een persoonlijke geloofsbelijdenis en een gemeenschap waar verbondenheid is maar waar ieder ook weer op zichzelf kan zijn.

Het is wintertijd in de kerk, overal. De kerk is klein geworden en zal nog kleiner worden. Een aantal gemeenten zullen opgeheven moeten worden, anderen zullen weer groeien. De kerk staat permanent een generatie voor het einde. Wat ds. Leegte gaande houdt is dat hij het heel erg zou vinden wanneer het op zou houden. Doopsgezinden hebben iets toe te voegen in de oecumene. Maar we kunnen de boel niet terugdraaien en heimwee en nostalgie naar vroeger heeft geen zin. Wat moet er gebeuren?

Niet in paniek raken, of agressief of depressief worden. De crisis van nu geeft juist ruimte om te zoeken naar wat nu het eigene is van onze gemeente. Onze ‘core business’ is de zondagmorgen, daar snakken mensen naar.

Neem de zinzoekers serieus.

Verder moet je keuzes maken, want je kunt niet alles doen. De kerkenraad van Amsterdam heeft er voor gekozen dat Henk zich kan richten op jonge (bruids)paren en bijbelkring. Hij doet dan geen huisbezoek bij oudere leden.

Amsterdam wil een hartelijke, open kerk zijn. Daarom wordt aandacht besteed aan de ontvangst, aan mensen het gevoel geven welkom te zijn, aan hoe de dienst begint. In de kerk mag geen gevoel onbenoemd of niet-geuit blijven. Maar de kerkdienst wordt wel gevolgd door 'gediplomeerde gelovigen’ en ‘amateurs’. Daarom is een goede inleiding op de schriftlezing bijvoorbeeld belangrijk. De predikant is de leider van de vragenstellers en staat er niet om de antwoorden te geven. Mensen komen voor voedsel voor de ziel.

Ook voor de zondagmorgen geldt: wie zijn er? Welke ‘anchorman’ of ‘anchorwoman’? Hoe is de sfeer? Het mag niet te veel een sfeer van ‘ons kent ons’ of te ‘dorps’ worden. Ds. Leegte gelooft niet in folders of pr-campagnes. De mond op mondreclame werkt beter. Waar het goed is, willen mensen zijn. Heb je PR nodig, doe het dan zo professioneel mogelijk. Zie de folder van het Dopers Café. Ds. Leegte pleit ervoor om een vriendenkring op te zetten in plaats van te spreken over belangstellenden. Vriend of vriendin zijn van de gemeente klinkt hartelijker dan belangstellende zijn. De gemeente dient zich af te vragen welke drempels zij legt waardoor de vriend niet de stap zet om lid te worden.

Amsterdam is destijds begonnen met het Dopers Café vanuit de gedachte aanwezig te willen zijn op het raakvlak van kerk en samenleving. Hier kunnen mensen meedoen en kunnen zij ook een individu zijn. Maar zorg wel voor goede sprekers die wat te zeggen hebben. Het zijn vooral de jongere mensen uit de bijbelgespreksgroep die komen en anderen van buiten meenemen.

Ten slotte pleit ds. Leegte voor het aanspreken van de talenten. Ga op zoek naar mensen die een bepaalde kwaliteit of deskundigheid hebben en geef ze daarin de ruimte.

 

Verslag door Tine de Boer, GDS

 

Terug naar:  Activiteitenoverzicht   Home