Korte overdenking ds. K. van der Werf, Jubileumdienst Doopsgezinde Gemeente Haren, 20 april 2008

 

Wie de informatiegids van de Doopsgezinde Gemeente Haren raadpleegt, vindt daar een beknopt overzicht van de historische gegevens van onze gemeente.

In dit overzicht is natuurlijk opgenomen het heuglijke feit dat op 25 april 1958 de Doopsgezinde Gemeente Haren werd opgericht, maar het overzicht vertelt echter veel meer, over hóe dit proces van oprichting tot stand is gekomen. Want eigenlijk is er vandaag veel méér te vieren, dan alleen maar het feit dat 50 jaar geleden onze gemeente is opgericht. Het historische overzichtje vermeldt dat er al een eerste wijkavond plaatsvond op 30 november 1933 hier in Haren. En dat drie jaar later, in november 1936, de zusterkring werd opgericht. Haren was dus beslist vóór 1958 niet "doopsgezind-loos". Integendeel: zonder die wijkavond en zonder deze zusterkring was het niks geworden en behoorden de mensen die doopsgezind waren en zuidelijk van de stad in de verstrooiing woonden, tot de doopsgezinde gemeente in de Boteringestraat. En dat betekende iedere keer weer reizen naar Groningen terwijl er juist zoveel dopsgezinde progressie rond 1940 was. Dat kon wel anders, dacht men in Haren en er werd dan ook al voorzichtig gedacht om van een kring, een zelfstandige gemeente te worden. En in 1958, nu vijftig jaar geleden, was het dan zover. De Doopsgezinde Gemeente Haren werd zichtbaar. "Zie ons toch", was het thema van die dag waar dominee Gerrit de Groot voor had gekozen. Een thema dat voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Je kunt het uitleggen van: "kijk eens, wat wij als Doopsgezinden nu hebben bereikt. We zijn nu een eigen gemeente en daar zijn we trots op, dat we dat hebben gedaan". Maar je kunt het zinnetje "zie ons toch", óók uitleggen van: nu zijn we ook zichtbaar voor anderen. Zijn we zichtbaar als groep van mensen, die vanuit een geloof, het mens- en wereldbeeld van God, belangrijk vinden.

 

Dan had je misschien beter een politieke partij kunnen oprichten in plaats van een kerkgenootschap om dat doel van dat 'mens- en wereldbeeld wat uit de bijbel spreekt', gestalte te geven. Dat was toch veel gemakkelijker geweest? Een paar statuten laten passeren bij de notaris waar je wat kreten inzet over vrede, goede doelen, hulp aan de zwakke in de samenleving: en klaar was je geweest. Had je misschien ook nog wel meer leden gehad dan nu.

Maar het 'mens- en wereldbeeld' dat uit de bijbel spreekt is NIET te vatten in statuten en regels. Zodra je namelijk statuten en regels invoert voor levensbeschouwelijke items, gaat het altijd mis. Want statuten en regels mogen dan wel een soort van handreiking zijn wat je als groep belangrijk vind; maar als je als mens, je eigen geloof ook belangrijk vind, dan werken statuten en regels voor een gemeenschap niet.

 

Want je geloof kun je namelijk niet vastleggen. Natuurlijk is er iets wat een soort van basis voor je is, en wat als het ware het fundament is voor je levensovertuiging. Maar als die basis van dat geloofsbeeld wat je hebt, NIET overeenstemt met je eigen gevoel, dan is er iets niet goed. Bij het 'geloven in God' gaat het erom, dat je eigen geloof in overeenstemming is met je gevoel.

En dat dát de basis vormt, van hoe je in het leven wil staan. Wat voor dingen jíj belangrijk vind, vanuit dát geloof! En dat je dat als gemeenschap met elkaar wilt delen in het 'vrij in 't christelijk geloven; daden gaan woorden te boven'.

 

In 1958 is er dan ook geen vereniging opgericht, geen club opgericht en is er ook geen partij opgericht maar een kerkgenootschap. En een kerkgenootschap wordt gedragen door mensen die hun levensovertuiging mede laten bepalen door het geloven in een God. En die in de plaats van statuten en reglementen, verhalen lezen die gaan over God. Want die eeuwenoude teksten, die willen ons iets vertellen over dat moeilijke van dat geloven waar je als mens steeds mee te maken krijgt. Want het geloven heeft twee kanten. Als eerste: het beeld wat je zélf van God hebt. En als tweede: van hoe ga je daar mee om in je leven. En het beeld wat je zélf van God hebt,….dát is iets dat kun je niet leren. Dat is zoiets van jezelf….zoiets belangrijk van ieder mens afzonderlijk omdat dát juist een soort van uitgangpunt vormt, van hoe je in het leven wilt staan. En uit die bijbelse verhalen om wat voor 'mens- en wereldbeeld' het bij dit geloven gaat. Niet in de vorm van "zo en zo en zo moet je leven". Integendeel, want de bijbel is geen wetboek van regels. Het is een boek met verhalen, gedichten, proza en poëzie om de mens te wijzen op een bepaalde manier van leven.

 

We hebben vandaag het slot gelezen uit de Tora. De Tora begint met het scheppingsverhaal van de zeven dagen. En als je kijkt naar het kunstwerk van de schepping dat Ruud Bartlema heeft gemaakt,dan zie je dat hij God niet heeft afgebeeld als een persoon maar als een bron van licht boven aan in het midden, dat als een soort van ader helemaal doorgaat tot beneden en zich onderwijl vertakt naar alle vormen van leven. En in het midden, helemaal beneden op de twee geelachtige panelen zie je dat die lijn die helemaal van boven naar beneden gaat, eindigt in een soort schuinachtig roodbruin driehoekje. Je kunt namelijk dit scheppingsverhalen van de zeven dagen ook andersom zien als een levensboom, die jou het leven geeft.

Dit kunstwerk is niet alleen een scheppingsverhaal om ons te wijzen op een bepaald mens- en wereldbeeld. Nee….het kan ook dienen als een levensboom die voor jou een baken is waar jij je leven opricht.

 

Het gaat er in het scheppingsverhaal niet om dat we precies weten hoe de hemel en de aarde zijn gemaakt….nee….de schrijver heeft het verhaal gemaakt om ons erop te wijzen welk mensbeeld er uit dit scheppingsverhaal spreekt.

Want in het tweede boek van de bijbel, wordt er een heel ander mensbeeld beschreven, namelijk het mensbeeld van een volk in slavernij dat voor de Egyptenaren moet werken en niet vrij is. Het is het mensbeeld volgens Farao en NIET het mensbeeld volgens God. En het patroon van het 'mensbeeld van Farao' dat wordt doorbroken. Doorbroken door een geloof. Want het is door het geloof

dat dit volk de macht van Egypte doorstaat en na veertig jaar door de woestijn het land ziet waar het in vrijheid kan leven. Mozes als de leider ziet het land,….zijn taak zit erop, hij heeft dit volk als man van Godswege naar een land gebracht waar men kan leven in vrijheid. Het volk staat nu vóór het nieuwe land.

En aan Jozua, de zoon van Nun, is het de taak om verder te gaan. Jozua is letterlijk de zoon van de vijftigste, want de letter Nun wordt ook gebruikt voor het getal vijftig, omdat men in het hebreeuws geen cijfers kent. Hij zet de traditie voort opdat het mensbeeld volgens Farao ooit eens uit de wereld zal verdwijnen en dat de schepping weer terug zal komen. "Vijftig" is het getal van de voortzetting. Denk maar eens aan de vijftigste dag van Pinksteren. Pinksteren is het vervolg van Kerst en Pasen. Het is de vijftigste dag na Pasen. Want in het vieren dat er een soort van kracht bestaat, willen we aangeven dat die kracht mensen aanzet dat de wereld gericht moet zijn op de schepping.

Vijftig mag dan een jubileumjaar zijn, maar het is geen getal om te zeggen: nu is het klaar. Zoals Jozua, de zoon van de vijftigste, het volk de toekomt in het nieuwe land inleidt; zoals Pinksteren het feest is dat het geloof nog steeds in de wereld is; zo is het jubileum van 50 jaar een getal om dóór te gaan. Met de woorden die onze doperse traditie zo kenmerkt: Dopen wat mondig is, spreken wat bondig is, vrij in 't christelijk geloven, daden gaan woorden te boven!

De jubileumactiviteiten in 2008       Home