Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 1 december 2013

Voorganger: H.P. Kieft-van der Sande

 

Thema: Gods ondoorgrondelijke wegen

 

Jesaja 55 : 6-13

O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed verlustige. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve; Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten: de betrouwbare genadebewijzen van David.

Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën. Zie, een volk dat gij niet kende, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de HEER, uw God, en van de Heilige Israëls, omdat Hij u verheerlijkt heeft.

Zoekt de HEER, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HEER, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEERN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen. Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de HEER zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.

 

Overdenking

Zusters en broeders.

Graag wil ik met u nadenken over de woorden uit Jesaja 55 die we net gehoord hebben:

“Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van de Heer”.

Anders gezegd: Gods wegen zijn anders dan onze wegen.

Die woorden heeft u vast wel eens horen zeggen. Het wordt nogal eens gezegd in verband met verdriet of lijden dat iemand overkomt.

Vroeg of laat krijgt iedereen daar mee te maken, hoewel de één soms meer dan de ander.

Als je niet gelovig bent, kun je nog zeggen: “De ene mens heeft meer pech in het leven dan de ander”.

Maar door mensen die in God geloven hoor je vaak de vraag stellen: “Hoe kan God het toelaten”?

En dan komt er soms als antwoord die zin: “Gods wegen zijn anders dan onze wegen”.

 

Zo is het …..

We kunnen God niet begrijpen.

God is een ondoorgrondelijk geheim.

“God gaat zijn ongekende gang, vol donkere majesteit”, zingt een lied (477 oude liedboek).

Wat moeten we er anders over zeggen?

 

Nu moet je altijd voorzichtig zijn met het citeren en toepassen van bijbelteksten op bepaalde situaties in je leven.

Ze worden dan uit een bepaald verband gehaald, uit het verband van het bijbelgedeelte waarin ze staan.

Als je ze op een eigen situatie gaat toepassen, krijgen ze vaak een heel andere betekenis dan de betekenis die bedoeld is.

 

Ik zal nu iets vertellen over de situatie en de omstandigheden waarin deze tekst wordt gesproken:

“Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van de Heer”.

Jesaja zegt deze woorden als het volk Juda (2 stammenrijk) door de Babyloniërs uit zijn land verdreven en weggevoerd is naar Babel.

Veel Judeeërs vonden daarbij de dood.

De overlevenden moesten het ver van huis zien te redden als ballingen in een vijandig gebied en zonder enig uitzicht en hoop op terugkeer.

De stad Jeruzalem, ook de tempel was totaal verwoest.

Dat betekende dat ze behalve hun thuis ook hun geestelijke wereld hadden verloren.

Het verlies van de tempel had tot gevolg dat ze hun vele religieuze gewoonten niet meer konden voortzetten.

Het was voor hen onvoorstelbaar en een ramp dat de tempel, de plek waar God Zelf aanwezig was, er niet meer was, vernietigd was.

Alles was voorbij, weg.

In psalm 137 kunnen we lezen: Aan de stromen van Babylon zaten ze en huilden.

Voor hun beleving had God hen verlaten, gaf Hij niet meer om hen.

Trouwens een opvallend verschil met onze tijd is dat ze in hun ellende niet zeiden “Er is geen God” maar wel “God geeft niet meer om ons”.

In deze situatie spreekt Jesaja: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van de Heer”.

Ja, je moet je er maar bij neerleggen, het is niet anders.

Of bedoelt Jesaja dat niet?

Jesaja bedoelt wat anders.

Jullie moeten in beweging komen.

Jullie hebben je ideeën over de toekomst, zo zien jullie het voor je, zonder hoop.

Jullie denken dat alles voorbij is, dat zijn júllie wegen en júllie gedachten.

Maar Gods wegen zijn anders, hoger dan die van jullie.

Jullie zullen weer terug naar huis gaan, naar Jeruzalem.

Alles zal anders worden. Er is wél hoop.

Er is een nieuw begin.

 

De woorden van Jesaja zijn dus geen woorden van berusting, geen advies om je maar bij de feiten neer te leggen.

Het is een oproep om Gods weg te gaan omdat Hij hogere gedachten heeft dan wij.

 

En zo is het ook gebeurd: Israël is teruggekeerd, Jeruzalem en de tempel zijn  herbouwd. Wat niemand had gedacht werd werkelijkheid.

Waar geen weg meer terug was, werd een weg gebaand door de woestijn.

God is de God van hoop, van mogelijkheden die niet in onze beperkte gedachten opkomen.

 

Ik denk dat we hier veel aan kunnen hebben voor ons eigen leven.

 

Wat is hopen en hoe doe je dat?

Hopen doe je altijd in een bepaalde levenssituatie.

Het veronderstelt vaak een situatie van tegenspoed, van lijden.

Op zo’n situatie kunnen we op verschillende manieren reageren.

We kunnen angstig worden of in de put raken, of we kunnen ons erbij neerleggen.

Maar we kunnen ook hopen.

Hoop hebben kun je niet zomaar. Het is iets anders dan verwachten.

Je kunt van alles verwachten in je leven.

Bijvoorbeeld: je verwacht een brief van een familielid die in het buitenland woont. Hij/zij is gewend elke maand te schrijven. Maar als er in dat land een politieke situatie ontstaat waardoor briefcontact onmogelijk wordt, dan zeg je: Ik hóóp op een brief.

Dat is geen situatie van verwachten, maar van hopen.

Je spreekt van hopen als de situatie onzeker is en er misschien weinig reden is om te verwachten dat het zo zal gaan. Maar toch blijf je hopen, soms tegen beter weten in.

Daarom spreekt Paulus van volharden in de hoop .

Dat er ooit een wereld van vrede en gerechtigheid zal zijn, er een einde zal komen aan egoïsme en hebzucht, het is nog niet te zien.

Maar we mogen het wel hopen. Als je het wel zou zien, zou het geen hoop zijn.

“Hoop die gezien wordt, is geen hoop”, zegt Paulus.

Hoop is niet iets waar we over kunnen beschikken of waar je naar kunt streven.

Hoop gaat buiten onze inspanningen om.

Hoop wordt ontvangen, geboren en, als zij er eenmaal is, gevoed en gekoesterd.

Het is dan ook een stukje van onszelf.

Het is een innerlijke kracht die ons in beweging kan brengen en de moed kan geven ons niet bij het onvermijdelijke neer te leggen.

Vandaar dat iemand die ernstig ziek is en wel hoop heeft, het moeilijk kan verdragen dat anderen hem al hebben opgegeven.

Als je de hoop verliest, is alles verloren.

“Hoop doet leven”, zegt een speekwoord.

In het dagelijkse taalgebruik heeft hopen een andere betekenis gekregen.

We zeggen: “Ik hoop dat het morgen mooi weer is“, en soms rekenen we er dan bijna op.

Echt hopen is leven vanuit een open toekomst, geloven dat het anders kan met de wereld en met ons.

En heeft dat niet alles met advent te maken?

Als we om ons heen kijken, zien we mooie dingen, maar ook onrecht, oorlog, egoïsme en verdriet.

Ondanks de fijne dingen, kan het leven soms zwaar zijn.

Soms heeft iemand die het niet zo nauw neemt met alles, een prachtig leven, lijkt het, terwijl iemand die goede dingen doet, veel ongeluk of ziekte moet ondergaan.

Oppervlakkig gezien, kan het leven oneerlijk lijken.

Het lijkt allemaal toeval, je kunt geluk of pech hebben.

En toch ….

We mogen geloven dat het leven géén toeval is.

God heeft ons het leven gegeven en heeft er een bedoeling mee.

Zijn wegen en gedachten zijn zó groot dat wij daar nooit bij kunnen met onze gedachten die worden beïnvloed door de emoties van dit moment.

 

Het is advent.

Wij kijken uit naar de geboorte van Jezus.

We mogen geloven dat Gods Rijk van vrede en gerechtigheid met Jezus’ komst een begin heeft gemaakt.

En we wachten op de voltooiing ervan.

 

Amen

 

 

Méér preken      (Sluit de pagina om terug te keren)