Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 12 augustus 2012

Voorganger: zr. A.T. van Kempen-Tollenaar

 

Bartimeüs; van duisternis naar licht

 

Lezingen

Psalm 36: 6-10

Heer, hoog als de hemel is uw liefde,

tot in de wolken reikt uw trouw,

uw gerechtigheid is als de machtige bergen,

uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:

u, Heer, bent de redder van mens en dier.

 

Hoe kostbaar is uw liefde, God!

In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,

zij laven zich aan de overvloed van uw huis,

u lest hun dorst met een stroom van vreugden,

want bij u is de bron van het leven,

door úw licht zien wij licht.

 

Marcus 10: 46-52

Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!  De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’  Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’  Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’  De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’ Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.  

 

 

Overdenking

De gelijkenis van de blinde Bartimeüs is een bekend verhaal met een bijzondere betekenis. Het is het verhaal van duisternis naar licht; het verhaal van inzicht naar openbaring.

Zonder duisternis kunnen we geen licht zien. Zonder licht is er geen duisternis.

Het vreemde van licht is, dat we het altijd kunnen zien.

In de diepste duisternis is een klein lichtpuntje het baken naar de uitgang, naar bevrijding….

Een aantal jaren geleden was er in Zwitserland een tentoonstelling, waarbij blinde mensen een paviljoen hadden ingericht om kerkdiensten te houden voor ziende mensen.

Bij de ingang werden degenen die konden zien door blinden en slechtzienden de pikdonkere zaal ingeleid.

Hun handen moesten ze op elkaars schouders leggen, alsof ze een polonaise gingen dansen. Dat is ook de manier zoals blinden geleid worden in de wereld van ziende mensen, zodat ze niet vallen, of de weg kwijt raken.

In het begin probeerden de zienden nog hun eigen ogen te gebruiken, maar ze raakten al gauw de klust kwijt.

Ze werden de wereld van de blinden binnengevoerd en ontdekten, na de eerste verwarrende duisternis, toen hun ogen waren uitgeschakeld, dat ze nog andere zintuigen hadden.

Hun gehoor, tast- en reukzin werden ineens ge-activeerd.

In het stikdonker hoorden ze het geritsel van hun kleren. De rugleuningen van stoelen die ze voelden, gaven aan dat ze in een andere ruimte waren gekomen.

Ze werden verzocht plaats te nemen. Links en rechts van hen zaten andere mensen. Dat bracht al een beetje ordening in de peilloze donkere ruimte aan, en iedereen was blij zich weer een beetje te kunnen oriënteren.

Ze hadden geen idee hoeveel mensen er in de zaal aanwezig waren! En of men de ogen open of dicht had, maakte totaal geen verschil. Ze merkten, dat het ontspannend was om niets te hoeven zien, want ze werden niet afgeleid door bijvoorbeeld, wat andere mensen voor kleren aan hadden.

Het spel van zien en gezien worden werd in het donker uitgeschakeld….

Wat ze zich nog niet realiseerden was, dat als je niet kan zien, niemand meer een masker nodig heeft om zich achter te verbergen.

Hun andere zintuigen werden wakker. Iedereen probeerde te horen hoe groot de ruimte was. Ze hadden geen idee!!!

Ergens begon er een trommel te spelen. Andere instrumenten voegden in, tot de hele ruimte vibreerde van geluid….

Het paradoxale thema van de dienst was: ‘Er zij licht!’….

Wat heeft God met blindheid van doen? Het goddelijke Licht in het donker ontdekken – daar komt het op aan…

Tegen het einde van de dienst werd iedereen verzocht mee te doen met het hardop uigesproken persoonlijke gebed.

In het donker is het veel gemakkelijker je te uiten: niemand keert zich om, om te zien wie er zo luid spreekt…

Dat is een veilig gevoel….

Ik vertel u dit verhaal van deze bijzondere dienst, omdat het er ook voor ons op aan komt het Licht in het donker te ervaren. In ons eigen innerlijke donker.

Daar gaat het verhaal van Bartimeüs over….

Een mooi woord is dat: ont-dekken. Niet toedekken, maar het weghalen van datgene wat bedekt.

Het doet denken aan het afpellen van een ui tot aan de kern.

In bijbelse taal zou je dat de ‘bron’ noemen.

Hoe komen we bij de bron, die bron van licht?

De vraag stellen is een begin.

Dan gaan we zoeken. Waar is God, onze bron, te vinden?

Waar vind ik ‘licht dat mij aanraakt’, waar vind ik ‘bezieling’?....

Ons verhaal begint, als Jezus de hele dag in Jericho heeft doorgebracht. Bij het vallen van de avond gaat Hij met zijn discipelen de stad weer uit.

Langs de kant van de weg, bij de uitgang van de stad, zit Bartimeüs. Hij wil dolgraag met Jezus meegaan, maar zijn handicap verhindert dat.

Als je 2000 jaar geleden een stad uitging, kwam je in een open ruimte. Blinden voelen zich niet prettig in grote ruimtes, want ze kunnen zich daar niet oriënteren op geluid, of op hun tastzin.

In Jericho was er altijd wel iemand aan wie je kon vragen om je te helpen. Maar buiten de stad was dat anders.

Het leek bedreigend. Het was angstig.

Door de stilte voelde Bartimeüs zich van God en iedereen verlaten. Hij voelde zich ontheemd….

Waarschijnlijk vat geen woord het lijden van onze tijd beter samen dan het woord ontheemd. Thuisloos…

Het wijst op een situatie die misschien wel één van de meest ingrijpende en meest pijnlijke is die mensen elkaar kunnen aandoen: je nergens kunnen thuis voelen.

Geen plek hebben waar je veilig bent; waar er voor je gezorgd wordt; waar je beschermd en waar er van je gehouden wordt….

Mijn gedachten gaan uit naar al die vluchtelingen die niet hier mogen blijven, maar ook niet terug kunnen gaan naar hun eigen land.

Er komt angst voor in de plaats….

Jezus zag hoe gehandicapte mensen angst opwekken in de harten van hen die zichzelf als ‘normaal’ beschouwen: de ‘gewone’, gezonde, maatschappelijk geslaagde mensen.

Gehandicapte mensen doen ons denken aan een andere werkelijkheid, die koste wat kost ontlopen moet worden.

Er is de verborgen angst later zelf zo te kunnen worden….

We hebben elkaar nodig, we willen onze onafhankelijkheid niet verliezen. We hebben behoefte aan geborgenheid, maar wij hebben evengoed behoefte aan genoeg ruimte voor onszelf….

Maar wat we ons niet realiseren is, dat zwaar gehandicapte mensen, die soms diep in zichzelf zijn ingekeerd, de intieme plek hebben gevonden waar ze God kunnen ontmoeten.

De intimiteit van Gods huis omvat iedereen, en sluit niemand uit….

En dan komt Jezus langs.

“Zoon van David” roept de blinde man naar Hem…

Waarom noemt Bartimeüs Hem niet gewoon Jezus?

Zelf wordt Bartimeüs ‘Zoon van Timeüs’ genoemd, want Bar betekent ‘zoon van’.

Dat is toch geen roepnaam?....

Vanwege zijn handicap moet Bartimeüs bedelen om aan de kost te komen. Hij telt niet mee. Hij heeft geen naam….

In zijn wanhoop weet hij niet waar hij het zoeken moet.

Zijn houvast is weg….

Daar komt echter verandering in als Bartimeüs zich niet meer afhankelijk opstelt. Hij neemt initiatief en roept Jezus om hulp.

Als Jezus de stem van Bartimeüs hoort, blijft Hij staan. Een mens aan de rand van de samenleving, bevindt zich in het donker en noemt Hèm, Jezus, ‘Zoon van David’.

Op dat ogenblik kan Jeruzalem, waar Hij op weg naar toe is, wachten….     

Ik stel me het oponthoud van Jezus in de oasestad voor als bewogen en gehaast. Toch verstaat Jezus de kunst om ondanks alle drukte om zich heen, zijn medemens te zien tussen al die andere ‘normale’ mensen.

Jezus ziet Bartimeüs tot diep in de ziel….

Op dat moment voelt Bartimeüs zich ‘gezien’….

Opgericht, ontwaken Bartimeüs krachten.

Zijn innerlijke ogen worden geopend door Jezus’ boodschap.

Zijn leven treedt vanuit het donker in het licht….

Jezus’ oponthoud in Jericho leert ons onze medemens goed aan te zien. De mensenzoon is gekomen om te helpen zoeken naar dat wat verloren was….

Wat was er verloren, wat maakt dat wij onszelf verloren voelen? Het antwoord is: ‘Tot een medemens mij aanziet”.

De ervaring aan de kant van de weg te zitten en door niemand gezien te worden, kennen veel mensen tegenwoordig maar al te goed. Innerlijke of uiterlijke duisternis, eenzaamheid, een teveel op zichzelf gericht zoeken naar economisch geluk, of teveel loze vrije tijd zijn redenen waarom iemand zich eenzaam kan voelen.

De rabbi uit Nazareth heeft een opmerkzame blik voor mensen aan de rand van de samenleving; mensen die zich in het duister bevinden in moeilijke omstandigheden.

Jezus werkt menselijk eenvoudig en gewoon alledaags.

Met een gevoelig oor, een waakzaam oog en een hand die opricht, helpt opstaan en die iemand even aanraakt.

Wie zou niet graag op deze manier bij zijn naam genoemd, of opgericht willen worden?

Het kan goed werken om eens na te denken over onze eigen weg: ‘Wat heeft mij geraakt?

Wie heeft mij geïnspireerd?’

Het zijn oefeningen om bij onze eigen innerlijke bron te komen. Bij deze vragen is God op menselijkheid bedacht.

In die menselijkheid komen we God tegen….

Blindheid kan beeld zijn voor de mens die het zicht op God of Christus niet heeft. Als het alleen maar een opmerkelijke gebeurtenis van vroeger zou zijn, dat Jezus een blinde genas, dan zouden we het verhaal nu voor kennisgeving aannemen.

We kunnen de gelijkenis van Bartimeüs beschouwen als één van de wonderen die Jezus gedaan heeft, maar Bartimeüs gaf er zelf de aanzet toe. Hij wilde inzicht krijgen.

Echte wonderen zijn zeldzaam. De verhalen die we in de bijbel lezen gaan ons voorstellingsvermogen te boven: Jezus die over water loopt en zorgt dat de storm gaat liggen, of 5000 mensen die gevoed worden met 5 broden en 2 vissen.

Het is allemaal zo strijdig met ons gevoel voor werkelijkheid.

Maar gelukkig begrijpen we de diepere boodschap die in de verhalen verborgen zit….

Het geloof in het licht is bij veel mensen sterker dan de duisternis die men elkaar aandoet. Overal op de wereld leven mensen van goede wil. Maar de kwaadwilligen treden helaas op de voorgrond. Wat er nu in de wereld gebeurt aan geweld en haat, is van alle tijden.

Maar eerbied en respect zijn dat gelukkig ook….

Juist nú is het de tijd om God vooral te beschouwen als de aanbieder van mogelijkheden voor degenen die daarvoor open willen staan.

Daar past niet het werkwoord ‘moeten’ bij, maar het werkwoord ‘mogen’. Niet in de betekenis van dat alles maar mag wat kan, maar in de betekenis van dat wat binnen onze mogelijkheden ligt.

Bartimeüs had het begrepen: hij kon geen inzicht in zijn blinde duisternis krijgen door zich het licht voor te stellen.

Maar door zich van zijn innerlijke duister bewust te worden, kon hij het goddelijke Licht ervaren.

 

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)