Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 15 januari 2012

Voorganger: zr. A.T. van Kempen-Tollenaar

 

Het vruchtbare land Kanaän en de bruiloft in Kana

 

Lezingen

Numeri 13: 17-27

Toen Mozes hen uitzond om Kanaän te verkennen, droeg hij hun dit op: ‘Ga eerst door de Negev en dan de bergen in, en kijk hoe het land is, of de bevolking sterk is of zwak en of er veel of weinig mensen wonen. Kijk of het land bewoonbaar is of onherbergzaam en hoe de bevolking woont, in gewone dorpen of in vestingsteden, en kijk of de grond vet is of schraal, en of er bomen groeien of niet. En probeer vooral ook vruchten uit het land mee te nemen.’ Het was juist de tijd van de eerste druiven. Ze gingen op weg en verkenden het land van de woestijn van Sin tot aan Rechob, bij Lebo-Hamat. Ze trokken door de Negev en kwamen daarna in de buurt van Hebron, waar de Enakieten Achiman, Sesai en Talmai woonden. (Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dan Soan in Egypte.) In het Eskoldal aangekomen sneden ze een rank met één tros druiven af, die ze met zijn tweeën aan een stok moesten dragen, en ook wat granaatappels en vijgen. Aan de druiventros die de Israëlieten daar afsneden, heeft het Eskoldal zijn naam te danken.

Nadat ze het land veertig dagen lang verkend hadden, keerden ze terug naar Kades in de woestijn van Paran, naar Mozes, Aäron en de andere Israëlieten. Ze brachten aan het hele volk verslag uit en lieten de vruchten uit het land zien. ‘Wij zijn in het land geweest waar u ons naartoe hebt gestuurd,’ vertelden ze aan Mozes. ‘Werkelijk, het vloeit over van melk en honing, en deze vruchten groeien er.

 

Johannes 2: 1-11

 Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.

 

 

Overdenking

De bijbel is, zoals we weten, een levensleer in de vorm van een verhaal. Het verhaal van de Naam is het verhaal van een weg die door mensen gegaan wordt: van slavenhuis naar vrijheid, naar goed en vruchtbaar land. Of, van dood naar leven; en naar volheid van leven, eeuwig leven. Wanneer je de cryptische gelijkenissen in de bijbel eenmaal begint te begrijpen, besef je dat de bijbel eigenlijk een studie is van de menselijke geest.

De beelden en symbolen van toen helpen ons om de verhalen van destijds te begrijpen in het hier-en-nu. Zo kunnen we ze in het eigen leven bezien en waar maken.

Een probleem met bijbelverhalen is, dat ze gestolde energie zijn geworden. De teksten zijn geannexeerd en uitgelegd door mensen, die ons vervolgens hebben verteld dat alleen hùn verklaring de juiste is. In de boeken van Neal Walsch zegt God: ‘Ik spreek tot iedereen, maar het hangt er wel van af, wie luistert.’ Of je een profeet bent of een putjesschepper, het is jouw verhaal en jouw waarheid…..

 

De tekst uit het Oude Testament, die we vandaag lezen, beschrijft het vruchtbare land Kanaän, en de tekst uit het Nieuwe Testament gaat over de bruiloft in Kana, waar ongetwijfeld veel wijn gedronken werd, omdat er zoveel druiven groeiden.

De overeenkomst tussen beide teksten wordt gevormd door de afkomst van koning David, waar Jezus van afstamt....

Na de uittocht uit Egypte stuurde Mozes verspieders naar Kanaän om te zien of het land geschikt was om zich daar te vestigen. De verspieders werden vervolgd en na hun terugkeer door de hoer Rachab, in haar huis verborgen gehouden. Zij was ruimhartig en niet voor een kleintje vervaard, want haar naam betekent: ruim, open; of onstuimig.

Rachab beschermde en verborg de verspieders, omdat ook zij geloofde in Jahwe, de god van de verspieders. Zij huwde later met Salmon en uit dat huwelijk werd een zoon geboren, Boaz geheten. In het boek Ruth wordt verteld hoe Boaz trouwde met Ruth en, om het kort te houden, zij werden de grootouders van koning David. Hierdoor werd Rachab de stammoeder van koning David, en daarmee later ook de stammoeder van Jezus. Nu komt er samenhang in het verhaal over het vruchtbare land Kanaän, en de bruiloft te Kana, waar Jezus te gast was.

 

Op de derde dag is de bruiloft te Kana, staat er in de bijbel. De derde dag is symbolisch de dag waarop God redding uit de nood brengt. En in het Nieuwe Testament is het ook de dag van de opstanding. Een dag van vernieuwing dus....

Als de wijn op de bruiloft bijna op is, maakt de moeder van Jezus hem daar op attent. Onbewust legt zij de diepe noodsituatie van de mensheid bloot, zodat we moeten denken aan het messiaanse heil waarnaar zowel de bruiloft als de wijn verwijzen. In de nieuwe bijbel vertaling staat dat Jezus zegt: ‘Vrouw, wat wilt u van me?, maar in de Statenvertaling staat het anders. Er staat: ‘Vrouw, wat heb ik met u van doen? Dat klinkt in onze oren onvriendelijk. Deze uitdrukking komt zowel in het Oude, als in het Nieuwe Testament voor. Steeds gaat het om twee partijen. Soms voelt de ene partij zich dwars gezeten door de andere. Soms ook wordt van iemand gevraagd iets te doen waarmee hij zich niet wil inlaten. Letterlijk vertaald staan deze Latijnse woorden voor een vraag die zich het vriendelijkst laten omschrijven als ‘aan wie komt het ten goede? Iets minder vriendelijk vraag je: mens, waar bemoei je je mee?. Tegenwoordig zouden we dat op z’n minst onbeleefd vinden om het op die manier te zeggen, Maar we zijn in het huidige taalgebruik wel wat gewend. Naar aanleiding van de kritiek op de hoofddoek die koningin Beatrix droeg bij haar bezoek aan de moskee in Oman, zei ze: “Waar wordt je tegenwoordig nog door verrast”....

Jezus was een wijs leraar. Als hij op de bruiloft te Kana iets bijzonders doet en Maria spreekt hem aan als belerende moeder, voegt hij er nog aan toe: ‘Mijn ure is nog niet gekomen’, waarmee hij wil zeggen dat hij vindt, dat de tijd nog niet rijp is om wonderen te verrichten. Maar toch geeft Jezus de opdracht zes enorme vaten met ieder een inhoud van 2 à 3 metrete, met water te vullen. Nieuwsgierig geworden naar de inhoud van een metrete, ben ik het gaan opzoeken. Nieuwsgierigheid lijkt op dorst.’Als men niet van de dorst wil sterven, dan moet men een bron graven’, is een oud gezegde.

En die bron, daar gaat het om in dit verhaal....

Maar nu de inhoud van de metrete. Het is een Griekse inhoudsmaat van ongeveer 40 liter. De stenen vaten waren dus behoorlijk groot. Bij elkaar kon er ongeveer 600 liter in. Dat is heel wat wijn voor een bruiloft!....

 

Waarom speelt dit verhaal zich in Kana af? Het oude Kanaän was zeer vruchtbaar. De mensen leefden er in overvloed. Alles wat hun hartje begeerde, konden ze krijgen. Bij de bruiloft te Kana is de overvloed zo groot, dat er geen behoefte meer was aan geestelijke voeding. En dat is nou precies de situatie waarin we tegenwoordig ook verkeren. Er is zoveel overvloed, dat we meer geld uitgegeven hebben, dan er binnen kwam. Wat we niet bezaten en toch wilden hebben, konden we wel lenen. Aan geloof en spiritualiteit dacht men niet….

En nu maak ik een sprong en denk aan de problemen met de Euro.

Er is een Chassidische vertelling, die prachtig illustreert hoe het nu met het gedoe om de Euro gesteld is. Het heet: HET VOGELNEST

Men zag eens tussen een zwerm trekvogels een prachtige vogel, die zo mooi was, zoals ze nog nooit gezien hadden. De vogel streek in de kruin van een boom neer en bouwde daar een nest. Toen de koning van dat land dit hoorde, beval hij de vogel met nest en al naar beneden te halen. Hij droeg een aantal mannen op, om als een menselijke ladder tegen de boom aan te gaan staan. Telkens moest er weer één op de schouders van een ander klimmen tot de bovenste man hoog genoeg stond om het nest te kunnen pakken….

Het duurde heel lang om die levende ladder te vormen. Degenen die onder stonden werden moe en verloren hun geduld. Ze schudden zich los en liepen weg.

Zo stortte alles in elkaar. Het is te hopen dat de onderste mannen die de levende ladder tegenwoordig moeten dragen, het zo lang kunnen volhouden....

We zijn zo langzamerhand zo verslaafd aan hebzucht, en het naar buiten gericht zijn, dat we de toegang tot ons innerlijk wezen bijna verloren hebben.

Men is doodsbenauwd om bij zichzelf naar binnen te kijken, omdat men geen idee heeft wat men daar aan zal treffen.

Jezus was een boodschapper. Maar we hebben zijn gedachtegoed heilig verklaard en de boodschap laten liggen. En toch zien we dat er tegenwoordig langzamerhand weer behoefte is aan spiritualiteit. Vooral bij de jongere generatie.

Spiritueel is het hier en nu. Spiritueel is de ontmoeting met iedere mens die je tegenkomt, met iedere boom die in het bos staat. Het nu is het enige dat we hebben.

De vraag is alleen: Ben jij er ook? Ben je aanwezig? Wat is ons antwoord op de vraag die God aan ons stelt: ‘Mensenkind, wat doe je met jezelf, met de ander, met de Schepping en de wereld?’ De joodse filosoof Abraham Heschel zegt het zo: ‘Geloof is het persoonlijke antwoord van de mens op het appèl dat het goddelijke op hem doet’.

 

Bij Jezus betekent geloven vertrouwen hebben. Vertrouwen overwint angst. Dat is de macht van Jezus om zieken te genezen. Als Jezus het over God heeft, verdwijnen de psychische problemen en lost de menselijke vervreemding vanzelf op. Hij geeft de mensen de moed om zelf verder te gaan, te zien en te spreken. Jezus geneest de mensen van de waanzin van hun angst, en leert ze vertrouwen dat goedheid en openheid mogelijk zijn....

Als de bruidegom in Kana gevraagd wordt waarom hij eerst de minder goede wijn, en aan het eind van het feest de goede wijn laat drinken, is het duidelijk, dat er hier iets anders mee bedoeld wordt dan gewone wijn. In het land dat overloopt van melk en honing, denkt men geen behoefte te hebben aan geestelijk voedsel, omdat het ‘hebben’ alleen nog maar belangrijk voor ze is. Daar heeft men geen geloof bij nodig, denkt men.

En geloof is nu juist waar de wijn voor staat. Men is vergeten, dat God zich bekend maakte aan Mozes als: “Ik Ben”. Het werkwoord ‘hebben’ bestond zelfs niet in de oude Hebreeuwse taal, er was alleen maar ‘zijn’.

 

De geest van de mensen moet zich weer ontwikkelen om het innerlijk licht te herkennen en als een sturend element te gebruiken. We moeten bedenken dat onze spirituele kern niet zonder meer zichtbaar is in het dagelijks leven. De kern moet gevoed worden. Daarom verandert Jezus water in wijn. Water komt immers altijd uit de bron....

God zoekt de mens eerst; Hij roept, Hij vraagt. Het antwoord van de mens is geloven.

Het antwoord aan God kan heel verschillend zijn. In verschillende tijden, in verschillende culturen, op verschillende plaatsen, zullen verschillende mensen verschillende antwoorden geven. Dat zie je ook in de bijbel. Daarin staat het appèl van God op de mensen opgetekend. De bijbel staat vol verhalen over mensen, die op heel diverse manieren reageren op het appèl dat God op ze doet. God roept, God vraagt, en de mensen luisteren of luisteren niet; ze handelen ernaar, of juist niet. Ze zoeken naar Gods roepstem of proberen die stem in de doofpot te stoppen. En het antwoord, de reactie van mensen op Gods appèl, heeft consequenties voor ieder mens, ook voor andere mensen, voor de schepping en voor de wereld. Geloven is iets doen. Het is zelf keuzes maken.

Geloven is een werkwoord!....

 

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)