Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 15 maart 2009, dienst ds. J.D. Groenveld-Kiestra

 

INTREDELIED Liedboek voor de Kerken 328: 1,2

 

VOTUM

Wij zijn hier bijeen in de naam van de Heer,

Die hemel en aarde gemaakt heeft,

Die in ons gelooft,

Die op ons hoopt,

Die ons liefheeft.

Die trouw is tot in eeuwigheid,

Die niet laat varen het werk van zijn handen.

 

Genade zij ons en vrede

van God, onze Vader,

van Jezus Christus, de Heer,

door de Heilige Geest.

Amen.

 

ZINGEN  Psalm 139: 1,2,8

 

GEBED

Heer, onze God en Vader,

Wij danken U dat wij vanmorgen, met elkaar, weer naar Uw woord mogen gaan luisteren. U, Die ons zo na is en vertrouwd bent, maar tegelijk ook zo ontzagwekkend in uw Liefde en trouw aan Uw Schepping in z’n geheel en in ons mensen in het bijzonder. Laat ons niet verkommeren in de zorgen over onze economie van vandaag en laten we niet meehuilen “met de wolven in het bos”, maar oog hebben voor het licht dat ook nu al – soms flakkerend – oplicht in alle berichten waar het gaat om enorme negatieve getallen. Wij zijn immers feestgangers! En in een gebroken wereld weten we van heelwording. Midden in een verloren wereld weten wij van redding! Het ging allemaal zo gemakkelijk – zeker in onze wegwerp­maatschappij - alles was mogelijk tot we onszelf de das hebben omgedaan in onze tomeloze drang naar nog meer en nog beter en nog schoner. We hadden meer oog voor het resultaat moeten hebben, dan voor de weg ernaar toe.

Vergeef ons, Heer, dat we daar niet genoeg oog voor gehad hebben – dat we niet méér gezocht hebben naar wegen, die wel hetzelfde resultaat haalden, maar die meer Uw schepping dienden. De maatschappij en de reclames drongen ons in een vorm van leven, die, met ons gezond verstand, vragen opriep en die we niet echt wilden, maar wel deden omdat het zo gemakkelijk was. Daarom hebben we ons te gemakkelijk laten afleiden van Uw Woord en Uw werkelijkheid.

Ook daarom zijn we vanmorgen hier gekomen om Uw Woord te horen en het tot ons door te laten dringen en om zo weer op Uw weg gezet te worden.

Laat Uw Heilige Geest in ons midden komen – laat die Geest Uw woorden weer voor ons “vertalen’. Zodat we ze verstaan en begrijpen en onze handen en harten weer kracht geven en wij onze voeten weer zetten op de wegen van Uw Wet. 

Amen.

 

ZINGEN  Liedboek 280: 1,2,3

 

LEZEN   Ex. 20: 1-17

 

ZINGEN  Liedboek 62: 1,2,3,4

 

LEZEN  Rom. 7:14-16

               Joh. 2: 13-16

 

Zalig zij, die het woord des Heren horen,

het in hun hart bewaren

en er in het dagelijks leven vorm aan geven.

Amen.

 

ZINGEN  Liedboek 173: 1,3

 

PREEK

Broeders en zusters,

 

Het zijn stevige teksten, die we vanmorgen gelezen hebben. Stevige teksten over regels en wetten en over hoe het moet toegaan in de werkelijkheid van God.

 

Regels en wetten: we hebben er, allemaal, elke dag, mee te maken – we lopen er, allemaal, elke dag weer tegen aan.

Dat werd in Fryslân afgelopen week weer akelig duidelijk……..

Gisteren voor een week ging een boer in Scharnegoutum nog even vóór het melken het land in om naar zijn schapen te kijken. En wat ziet hij….. een kievitsei in een nest. Hij is geen echte eierzoeker – hij heeft geen nazorgkaart, maar raapt het eitje wel op - neemt het mee naar huis - belt de vogelwacht om te vragen wat hij moet doen en gaat dan melken. In de stal lottert hij nog wel het ei en het is overduidelijk vers. Na het eten komen de voorzitter van de vogelwacht en de nazorgcoördinator bij hem en gaat het gezelschap het land in naar het lege nest.  Intussen heeft de nazorgcoördinator snel een nazorgkaart uitgedraaid, zodat de dochter van de boer het eitje van haar vader kan aanmelden. Het ei wordt niet als eerst gevonden ei beschouwd omdat de procedure niet goed gevolgd is…………..

Twee dagen later wordt er weer een kievitsei gevonden, nu bij Tzum, door een vader en zijn zoon. Nu gaat het weer bijna mis. Wat is het geval…… De vader ziet als eerste het ei liggen, maar heeft zijn mobiele telefoon niet bij zich; de zoon wel. Die meldt het eitje aan. De beide mannen moeten lang wachten tot ze toestemming krijgen het eitje op te rapen en dan komt het probleem van de vinder van het ei en de eigenaar van de telefoon. Dat is niet één en dezelfde persoon. Vader en zoon doen gelukkig niet moeilijk – “het blijft toch in de familie” – en de volgende dag gaat beide naar het Provinciehuis om het officiële eerste kievitsei aan de Commissaris van de Koningin aan te bieden. Samen krijgen ze de prijs, de “Sulveren ljip”. Zij hebben het eerste kievitsei gevonden en het ei uit Scharnegoutum, dat twee dagen eerder al gevonden was, wordt nu als tweede geregistreerd.  Waar hebben we het eigenlijk over? Waar zijn wetten en regels voor bedoeld? Zijn ze een stok om te slaan, of een staf om te gaan?

De regels en de wetten waar we zonet over gelezen hebben zijn een leidraad om de mens te leren hoe het moet toegaan in de werkelijkheid van God.  Immers, de Tempel, die Jezus straks onder handen zal gaan nemen, is het Huis-van-God en als zodanig een vooruitgeschoven post van het “nieuwe-Rijk-onder-ons”.

In de teksten, die we lazen, gaat het over leefregels, want zo zijn ze bedoeld. Regels om te leven - regels om te reguleren en mogelijk te maken. In de brief aan de Romeinen staat daar dan bovendien nog over, dat dit het werk van de Geest is:  “de wet geeft aan: dat wat ik eigenlijk zou moeten doen, maar vaak niet doe”.  Het is een geweten, dat we nodig hebben in een soms gewetenloos bestaan – deze wereld.

 

Waarom zou het nu juist in dat boek Exodus staan – die reeks van wetten en regels om het nieuwe leven in dat land mogelijk te maken en te begeleiden?

Ik denk dat het met opzet daar staat, omdat het volk van God net op weg is naar dat nieuwe land - omdat ze uit de slavernij getrokken zijn. Het boek Exodus – uittocht betekent het woord – vertelt ons over de gang vanuit de slavernij in Egypte naar het land van Belofte.

 

In de slavernij was er wetteloosheid – vooral zichtbaar in het recht van de sterkste. Jouw God? Zijn Naam mocht niet eens genoemd worden.

Een man of een vrouw? Als slaaf kun je zomaar jouw vrouw of jouw man zijn. Je kunt jouw man of jouw vrouw ook zomaar weer kwijtraken.

En bezit? Als slaaf heb je geen bezit.

En je vader of moeder, die van belang zijn om jezelf een geschiedenis te geven – om te weten waar je vandaan komt? De meeste slaven, zoals later ook in de slavernij in Midden- en Zuid Amerika – wisten nauwelijks wie hun vader of hun moeder waren, omdat ze als kind al losgemaakt werden en ergens heen getransporteerd werden.

Maar voor dergelijke praktijken hoeven we helemaal niet zover terug te gaan in de tijd. Zo’n 10 jaar terug is genoeg…….. Hoe kwam het toch dat er in die tijd zoveel AMA’s in Nederland waren? AMA’s zijn “alleenstaande minderjarige asielzoekers”.  Het beleid in Nederland was toen: komt er een gezin asiel aanvragen, dan wordt de man naar een AZC – A gestuurd – de vrouw naar AZC – B en de kinderen worden over weer andere AZC’s verdeeld.  Vraagt de man waar zijn vrouw is, dan wordt gezegd, dat ze zelfmoord gepleegd heeft. De vrouw krijgt op haar vraag naar haar man als antwoord, dat de man weggelopen is. De kinderen krijgen op hun vragen als antwoord, dat de ouders naar land van herkomst teruggegaan zijn en hun kinderen hebben achtergelaten. Ik weet dit, omdat onze dochter, als verpleegkundige in een AZC, maar al vaak te maken kreeg met de gevolgen van dit – in mijn ogen – onmenselijk beleid. Nederland moest vóór alles onaantrekkelijk zijn voor asielzoekers!

 

Maar laten we teruggaan naar de slavernij in het Egypte van de Farao’s. Daar was voor de slaven alleen zwoegen en ploeteren van belang. “Regels en wetten zijn voor jou, als slaaf, niet van belang”.

Maar dat was  – God-zij-dank – nu afgelopen. De eigen cultuur mocht er weer zijn.

Je vader en je moeder mochten weer bij je blijven om je tot een heel mens te maken.

Je mocht weer bezit vergaren en de Naam van God mocht weer genoemd worden.

En dat doordrong de mensen van een diep besef van geluk: het kan weer – leven is weer mogelijk.

Tegelijkertijd was er ook het besef van de broosheid van dat geluk: het kon immers ook zomaar weer verdwijnen! Het kon je ook zomaar weer afgepakt worden! Je kon ook zomaar weer slaaf worden en afhankelijk – een kwetsbaar mens in een vijandige wereld.

De regels en wetten werden nu van God uit gedicteerd om die broze en kwetsbare mens te ondersteunen. Want al te gauw kon er weer sprake zijn van het recht van de sterkste: diegenen, die regels en wetten maken, niet om de zwaksten te beschermen, maar om het eigen belang veilig te stellen.

Belastingen? Uitknijpen, dat is beter.

Vrijheid? Laten de mensen er maar voor werken tot ze er bij neer vallen!

Als het gaat om bezit en afkomst en sociale en ethische grenzen: laat een ander daar maar voor zorgen.

Nee, die wereld van God moet dat juist beschermen – juist voor hen, die aan de rand van dat bestaan leven. Dat is ongelofelijk belangrijk!

 

Dat was juist zo belangrijk, omdat de mensen zo gewend waren die regels van het beschermen van de zwaksten te overtreden.

Het was zo belangrijk, dat het instellen van die wetten en regels gepaard ging met flinke en krachtige waarschuwingen: wee je gebeente als jij je daar niet aan houdt. Ik weet je na drie generaties nog te vinden als je je weer begeeft op het pad van eigenbelang.

Als je weer op dat pad komt waar de mens slaaf wordt.

Als je niet weet waar je vandaan komt.

Het instellen van die regels gaat met heel sterke woorden van God gepaard. “Ik ben er’.

Maar niet omdat Hij er zonodig bij wil zijn, maar omdat Hij borg wil staan voor die mens in het nauw.

 

Eigenlijk gaat het daar in het Nieuwe Testament ook over, in dat verhaal van die zogenaamde “Tempelreiniging”.

Het is één van de weinige verhalen over Jezus, waarin Hij heel boos wordt en eigenlijk zijn zelfbeheersing verliest. Wij zouden het met tegenwoordige woorden zeggen: “Hij ging door het lint”.

En de grote vraag is dan natuurlijk: wat maakte Hem nu zo boos?

Ik denk dat het iets te maken heeft met de grove schending van Gods bedoelingen, die daar plaats vonden op dat kleine stukje “hemel-op-aarde”. Want dat zou het moeten zijn daar in die Tempel.

Wanneer er ergens al zichtbaar mag worden wat die wereld van God is, dan zou dat daar toch moeten zijn.

Maar wat gebeurt er? Arme mensen wordt geld afgetroggeld. Er wordt gespeeld op de gevoelens: “als ik u was, dan zou ik nog een extra duifje offeren. Het is het minste wat u kunt doen!”.

Zo zie ik het vóór mij: geld – gewin – mensen iets aanpraten en godsdienstig vervormen tot iets anders. Godsdienst wordt zo een soort handeltje – rijkdom tegenover de gewone gelovige. Hebben wij dat later – in de 15e en 16e eeuw – ook niet weer meegemaakt met de handel in aflaten?

 

Ik denk dat die handel in de Tempel vooral de boosheid van Jezus heeft opgewekt en dat die boosheid vooral gericht is op het onrecht, dat zo’n situatie met zich mee brengt.

Onrecht – daar mag je – daar moet je wel verontwaardigd over worden. Het gebrek aan rechtvaardigheid is iets wat – terecht – boosheid met zich mee brengt.

Juist vanwege gebrek aan gerechtigheid en recht moeten er – mogen er regels zijn.

 

Helaas lijkt het wel of de wereld er nog steeds niets van geleerd heeft.

Regels en wetten zijn ingesteld om te beschermen. Zij moeten de zwakste een plek geven. Maar hoe vaak worden ze – in onze egocentrische wereld – gebruikt om uit te sluiten.

Waarom? Ik denk dat het angst is – angst voor iets wat misschien, mogelijk, eens, zal kunnen gebeuren. Onze regering wil heel goed op zijn onderdanen passen en ze beschermen, zoals een kievit haar eieren wil beschermen tegen roofdieren en mensen – ze beschermen tegen alle mogelijke en onmogelijke gevaren, die er misschien zullen kunnen opdoemen. En zo is er een woud van wetten en regels ontstaan, die een logisch functioneren van een samenleving bijna onmogelijk maakt. En dan te weten dat het allemaal zo goed bedoeld is. Een zorgzaamheid, die het leven verstikt.

 

En dan kom ik weer bij de Romeinenbrief……..

We willen wel het goede doen, maar om de één of andere reden doen we dan net weer dat andere, dat toevallig beter uitkomt – dat beter onze behoeftes bevredigt. Zo zitten we blijkbaar nu eenmaal in elkaar. 

En wanneer we dan eindelijk de macht hebben, dan weten we dat vaak nog zo te verwoorden, dat het voor ons aller bestwil is? Nee, dus…….

 

De winst en verliesrekening ziet er anders uit……..

Het gaat, vanuit bijbels perspectief, om het beschermen van leven.

Het gaat er om, dat we met elkaar niet de angst laten regeren, maar dat we de durf hebben om elkaar de ruimte te laten en te leven vanuit het besef, dat de minste onder ons tot zijn recht mag komen. Steeds is er weer die durf – steeds weer ook die verontwaardiging voor wat nog niet zo is en wat wel zou moeten zijn. Dat moeten we

met elkaar willen en proberen.

 

Ik zou willen eindigen met lied 23:2, dat, naar de woorden van Jesaja, gaat over het visioen van het nieuwe Rijk – in zijn taalgebruik: het “Nieuwe Jeruzalem”.

“Als Jeruzalems tinnen gaan blinken

en beschamen der bergen en heuvelen trots,

zal van Sion uit blijde weerklinken

het bevrijdende woord van het Koninkrijk Gods.

Tot bescherming van allen die leven

staat de wet van Gods heil er geschreven!”

Amen.

 

ORGELSPEL

 

GEBED

Eeuwige Ongeziene,

Leer ons hoe de structuur van Uw leiden ons het Koninkrijk dichterbij brengt en hoe Uw wet de bescherming is van zwakken en weerlozen.

Leer ons hoe het vaak de machtigen en de wettenmakers zijn, die Uw geboden met voeten treden.

Leer ons hoe we de orde van deze wereld, die vaak chaos brengt in uw Rijk van Liefde brengt, kunnen omzetten in werkelijke orde, die dienstbaar is aan alle mensen.

 

Heer, wij bidden dat ook wij aan onszelf voorbij durven kijken om de ander te zien. Die kwetsbare mens, die uw liefde nodig heeft – de kwetsbare, die lijdt onder oorlogsgeweld en honger. Dat kleine kind, dat geen kansen heeft in deze wereld.

Die oude en krachteloze mens – die verstandelijk gehandicapte, die in de chaos van armoede en geweld vaak aan het kortste eind trekt.

 

Wij bidden U voor degenen, die Uw Wet van Liefde naleven in hun zorg voor de zwaksten.

Wij bidden U voor mensen, die met gevaar voor eigen leven instaan voor de ander, die de strijd niet voor lief nemen, maar het geweldloze voorbeeld van Uw Zoon navolgen.

Wij bidden U voor al diegenen, die zich inzetten voor een betere wereld: de vredestichters, de werkers aan ontwikkeling, de leraren, de werkers in de gezondheidszorg.

Wij bidden voor de bevolking van het Duitse Winnenden, waar een oud-leerling dood en verderf zaaide op zijn oude school. Heer, sta hen bij bij het verwerken van deze catastrofe.

Sta naast de ouders van de dader, die misschien uit schaamte nu ergens ondergedoken zijn. Laat hen weten, dat er ook een andere kant aan het leven is. Laat hen ervaren dat de kracht van Uw Liefde zo groot is dat ze weer kunnen leven.

 

Willen wij in een stil gebed al die dingen bij U brengen, die te persoonlijk en te teer zijn om hier hardop uit te spreken….

 

STILTE

 

Onze Vader in de hemel,                                         Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

laat Uw naam geheiligd worden,                             Uw naam worde geheiligd,

laat Uw Koninkrijk komen                                         Uw Koninkrijk kome,

en Uw wil gedaan worden                            Uw wil geschiede, gelijk in de hemel,

op aarde zoals in de hemel.                                    alzo ook op deze aarde

 

Geef ons vandaag het brood                                   Geef ons heden

dat wij nodig hebben.                                               ons dagelijks brood

Vergeef ons onze schulden,                                    en vergeef ons onze schulden

zoals ook wij hebben vergeven                               gelijk ook wij vergeven

wie ons iets schuldig was.                           onze schuldenaren

En breng ons niet in beproeving,                En leid ons niet in verzoeking,

maar red ons uit de greep van het kwaad. maar verlos ons van de boze.

Want aan U behoort het Koningschap,                   Want van U is het Koninkrijk

en de macht en de majesteit                                   en de Kracht en de Heerlijkheid


tot in eeuwigheid.                                                      tot in Eeuwigheid.

Amen.                                                                         Amen.

 

ZINGEN  Liedboek 23: 1,2,3

 

OPDRACHT en ZEGENBEDE

Laten wij nu van hier gaan

naar de plaats waar God ons gesteld heeft

daarbij niet vergetende, dat we Christus' naam dragen

en vooral uit te dragen hebben

en vragen we nu met elkaar en voor elkaar

om Gods onmisbare zegen door het zingen van lied 456:

 

Zegen ons Algoede,

neem ons in uw hoede,

en verhef uw aangezicht

over ons en geef ons licht.

 

Stort op onze bede,

in ons hart uw vrede,

en vervul ons met de kracht

van uw Geest bij dag en nacht.

 

Amen, amen, amen!

Dat wij niet beschamen

Jezus Christus onze Heer,

amen, God, uw naam ter eer!

 

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)