Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 16 januari 2011

Voorganger: ds. K. van der Werf

 

Bezorgdheid over de toekomst?

 

Matteüs 6: 25-34

Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze. Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

 

Preek

Het is alweer 16 dagen geleden, dat de champagne knalde, vuurwerk het nieuwe jaar inluidde en de nieuwjaarswensen werden uitge­spro­ken.

En bij jezelf denk je dan: “Maar eens kijken wat het komende jaar voor mij in petto heeft”. Je bouwt voor jezelf al een beetje reserve in; je weet dat het jaar nog heel lang is, en dat er van alles kan gebeuren in zo’n jaar. Maar het spreekwoord zegt niet voor niets: ‘De mens lijdt het meest aan de dingen die hij vreest’. Hoe meer apen en beren je ziet in het leven, hoe moeilijker het wordt! En hoe meer je je dan ook gaat afvragen: “Is dit nu het leven zoals het bedoeld is?” Zorgen voor morgen, altijd maar weer! Onzekerheid over de toekomst! Veranderende regels van de overheid, wat steeds neerkomt op een verhoging van een eigen bijdrage aan alles, waar je als burger totaal niks aan kunt doen. Ik maak me nog altijd heel erg boos over het feit dat ik op 14-jarige leeftijd, met een vriend aan het bramenplukken was achter het Veenkloosterbos en dat wij beiden een boete kregen van vijf gulden, omdat wij ons bevonden op verboden weilanden. Je hebt het dan over september, als alle jonge vogels hun nesten al hebben verlaten. Wij waren op het landgoed met een emmertje bramen aan het plukken om er jam van te maken. Strikt juridisch gezien, waren wij daar hartstikke fout.

Maar in 1988 is datzelfde gebied, in het kader van de ruilverkaveling, veranderd in een toeristisch gebied. Het enige wat er aan het landschap veranderd is, dat is dat er een betonnen fietspaadje is aangelegd, precies op de plek waar wij ooit zijn bekeurd. En als jongetje van 14, had je echt het gevoel, dat je hiermee iets zeer slechts had gedaan, een gedachte die versterkt werd doordat twee politiemannen, de bon persoonlijk bij je aan de deur brachten.

 

Nu hadden die beide politieagenten ook burgerlijk ongehoorzaam kunnen zijn en kunnen zeggen: Och er zijn andere dingen om je druk over te maken dan deze bramenplukkers. Maar ze hadden blijkbaar een korpschef die wel alles wilde aanpakken, wat volgens de letter der wet niet klopte en bang was dat hij door Den Haag zou worden gecorrigeerd en zijn baantje zou kwijtraken.

En nu, mag je op diezelfde plek komen, waar wij ooit zijn bekeurd en is er twee jaar geleden zelfs nog een zogenaamd ‘laarzenpad’ aangelegd, om zo meer bezoekers te trekken naar dat gebied.

Maar nog altijd heb ik het gevoel dat die boete van toen iets onrechtvaardigs heeft. Vooral ook doordat met één pennenstreek hetzelfde gebied in 1988 een totaal ander iets is geworden, waar mensen worden aangespoord om er nu wel te komen.

 

En het zijn dit soort van dingen die de mens onzeker maakt. Wat vandaag A is kan morgen B zijn. Je vader in het verpleeghuis zit zo nog bij stichting A-zorg, maar kan morgen zo bij stichting B-zorg zijn en overmorgen kan B-zorg al weer opgegaan zijn in C- zorg. Terwijl je vader nog steeds in hetzelfde kamertje woont, met dezelfde gordijnen en dezelfde wastafel.

Dat soort van dingen zorgt ervoor dat er onzekerheid ontstaat. Dat je niet meer durft vooruit te kijken, omdat je niet weet wat er allemaal staat te gebeuren en waar jij als mens geen grip op hebt.

Programma’s als ‘Kassa’ en ‘Radar’ versterken nog eens dat gevoel. Vooral als er zaken worden blootgelegd die ogenschijnlijk binnen de marge van de wet toegestaan zijn, maar waarbij ieder weldenkend mens aanvoelt dat sommige dingen pure diefstal zijn, maar waar geen politie tegen op kan treden.

De gevoelsmatige onrechtvaardigheid werkt onzekerheid in de hand. Vooral als je als burger geen invloed kunt uitoefenen op regels waarmee je geconfronteerd wordt. En toch moet je als mens proberen om daar een balans in te vinden, anders ga je namelijk geestelijk kapot. En dat zorgt ervoor, dat je niet meer goed kunt onderscheiden wat nu ‘gerechtigheid’ is en wat ‘onrechtvaardig’ is.

 

Als je de bijbelse woorden die we hebben gelezen, zo in eerste instantie bekijkt, dat heb je het idee dat daar iemand aan het woord, die zegt: “Wees niet bezorgd over de dag van morgen!” Ga maar flink in God geloven en het komt allemaal goed. God zorgt wel voor de toekomst. Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of over u lichaam waarmee gij u zult kleden. Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen? En dat laatste kan dus niemand, behalve een plastische chirurg, al zal die wel wat moeite hebben om jou nog wat uit te rekken. Maar je bent nu één keer wie je bent en je zult het moeten doen met de 1,78 die in je paspoort staat. Daar valt niks aan te veranderen. Maar het is natuurlijk een onzinnig voorbeeld om daarom maar niet bezorgd te zijn voor je leven. Zo van: “Er is toch niks aan te doen, wees maar niet bezorgd over alles”. God heeft alles wel in de hand. Kijk maar naar de leliën in het veld. Ze groeien blijkbaar vanzelf Daar kun jij niks aan veranderen. Wees dus maar niet bezorgd voor de dag van morgen. Als je het traject in gaat van een chemokuur of bestraling hoef je daar niet bezorgd voor te zijn, want God zorgt voor alles. Al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Ja toch? Zo staat het er toch? “Bezorgdheid ... dat schijnt niet te mogen, volgens de schrijver. Als je bezorgd bent, heb je maar een slecht geloof!

 

Daarom moet je ook geen verzekeringen afsluiten; want dat is een teken dat je een slecht geloof hebt en dat je bezorgd bent dat je huis in brand vliegt. Of zoals Siebelink dat zo mooi beschrijft in zijn boek Knielen voor een bed violen, dat de hoofdfiguur van zijn boek de brandverzekering voor de kwekerij heeft opgezegd, omdat dat tegen zijn geloof in God is. Dat de kwekerij daarna toch door brand getroffen wordt, wordt alsnog als een straf van God gezien, omdat de eigenaar tóch eerst een brandverzekering had afgesloten en dus tóch ‘bezorgd’ was in plaats van te geloven. Ondanks dat hij de brandverzekering had opgezegd, was dit in de ogen van God te laat geweest en wordt hij alsnog bestraft voor zijn bezorgdheid.

Onzin! En daar gaat dit stukje tekst ook niet over. Het gaat er namelijk niet om dat je als mens niet bezorgd mag zijn voor de toekomst. En zo wordt het vaak wel uitgelegd: “Iemand die in God gelooft, hoeft niet bezorgd te zijn voor de toekomst”. En doet hij dat wel, dan heeft hij geen goed geloof!

 

Als je zorgvuldig leest dan zie je dat de tekst niet begint met te zeggen: wees niet bezorgd voor uw leven in de toekomst. Er staat slecht: wees niet bezorgd voor uw leven. Dat hele toekomstgedoe, staat nergens. Zelfs op het eind van dit stukje tekst niet. Daar staat wees dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen; de dag (elke dag) heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Wat de schrijver wil zeggen, is niet dat je niet bezorgd mag zijn over de toekomst. Daar is niks mis mee! Maar dat je iedere dag goed in de gaten moet houden wat je criteria zijn voor die bezorgdheid. Wat vind je primair van belang iedere dag in je leven? Natuurlijk horen daar kleding en eten bij. En ook de bezorgdheid dat je geen brood meer kunt kopen, omdat je geen werk hebt, of aan de drugs bent geraakt. Natuurlijk ben je daar bezorgd over! Natuurlijk ben je bezorgd over dingen. Het zou ook niet best zijn als je dat niet was.

Maar wat de schrijver eigenlijk wil zeggen is: Wees iedere dag alert op het feit, dat er geen gerechtigheid meer zal bestaan. Wees alert dat gerechtigheid niet iets vanzelfsprekends is. Daar moet je eerst bezorgd over zijn. Het is in feite de uitleg van de spreuk: De mens leeft niet bij brood alleen. Niet voor niets zegt de tekst: Zoekt eerst het koninkrijk EN zijn gerechtigheid. Met andere woorden: die twee horen bij elkaar. Wees daarover eerst bezorgd, want als die basis van gerechtigheid er niet meer is, is al het andere ook niet meer vanzelfsprekend.

 

Kijk maar eens, hoe vanzelfsprekend je het vindt dat de bomen, de bloemen en de vogels er zijn. Pas als ze er niet meer zouden zijn, zou je denken: ho, er is iets geks aan de hand. Ik mis de dingen die zo vanzelfsprekend zijn. Maar dan is het al te laat, als je de vanzelfsprekende dingen mist. Daarom moet je steeds bezorgd zijn dat ook de gewone vanzelfsprekende dingen er zijn. En die bezorgdheid begint met het begrip ‘gerechtigheid’.

 

Kijk naar de leliën des velds zegt de tekst. Hoe die er steeds zijn.

En met die ‘leliën des velds’ wordt meer bedoeld dan een veldje lelietjes der dalen die in mei in het bos groeien. De lelie is namelijk in de joodse traditie de mythische perfecte bloem van 13 bladeren, die God gemaakt had voor de schepping en die het grondplan vormde voor God om de schepping te maken. Die mythische lelie die ligt verborgen achter de schepping. Het is het symbool van het perfecte. Dat alles goed is. En deze mythische lelie stond op de tempel bij de ingang, zodat de mensen die de tempel binnengingen en die lelie zagen wisten: o ja, die lelie is het symbool dat alles goed moet zijn. Die lelie staat symbool voor het goede van de schepping. En dat goede kan niet zonder gerechtigheid.

 

De schrijver zegt eigenlijk: Kijk maar eens naar die lelie, die God heeft gebruikt om zijn schepping te maken. Daar valt Salomo met al zijn wijsheid bij in het niet. En daar moet je bezorgd voor zijn. Dat die mythische lelie, zichtbaar wordt in de wereld en dat die niet mag verdwijnen.

Je gaat er zo vaak vanuit dat de leliën zo vanzelfsprekend zijn. Dat alles er is. Dat alles groeit en bloeit.

Maar je bezorgdheid moet er over gaan, dat je bezorgd bent dat dat er niet meer zal zijn.

 

Er ligt een nieuw jaar voor ons. En daar mag je best bezorgd over zijn. Want bezorgdheid voor de toekomst is een goede zaak. Want door bezorgd te zijn, geef je aan dat dingen je aan het hart gaan. Dat er dingen zijn, die jij belangrijk vindt voor je leven.

Want dat zorgt ervoor dat je ook hoop houdt. Als je niet meer bezorgd bent over dingen gaat daarmee de hoop ook verloren. En zonder hoop vaart niemand wel.

 

 

Méér preken      (Sluit de pagina om terug te keren)