Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 18 juli 2010

Voorganger: zr. H.P. Kieft-van der Sande

 

“Het gebed”

 

Inleiding

Zusters en broeders.

Vandaag zou ik het graag over het gebed willen hebben.

Het gebed heeft in de christelijke traditie altijd een belangrijke plaats gehad. Het is daar steeds als vanzelfsprekend beschouwd. Maar wat eens vanzelfsprekend was, is dat nu nog wel zo?

Velen zijn met het bidden verlegen en wie het eenmaal kwijt is, begint er niet zo gauw weer mee.

Wat is nu eigenlijk bidden?

Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Daaruit blijkt ook hoe verschillend men hierover denkt.

In ieder geval:

     Bidden is niet gelijk aan mediteren

     Bidden is niet gelijk aan filosoferen.

     Bidden is niet gelijk aan mijmeren.

Ik moet denken aan een boekje van de psychiater prof. J.H. van den Berg waarin hij het bidden beschrijft.

“Wat gebeurt daar toch, vraagt een buitenstaander zich af.

Iemand doet de ogen dicht, mompelt of murmelt woorden die kennelijk tot iemand gericht zijn, een onzichtbaar iemand.

En komt er antwoord? Nee, je hoort niets terug. En toch is de vrouw of de man die daar zit te mompelen tevreden, wordt niet opstandig of gefrustreerd, zij/hij doet het morgen weer.

Kan iemand vertellen wat hier aan de hand is?”

Tot zover het citaat.

 

We zullen straks psalm 25 lezen. Deze psalm is net als veel andere psalmen, eigenlijk een gebed tot God.

De dichters richten zich tot God met hun gedachten en alles wat ze meemaken.

Alle denkbare emoties komen erin voor: vreugde, verdriet, angst, dankbaarheid en haat, hoop en moedeloosheid.

Eigenlijk zijn ze nog steeds actueel, afgezien van het taalgebruik.

Laten we nu luisteren naar psalm 25 als naar een gebed.

 

Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,

Noot [sluiten]

(25:1-22) Psalm 25 is een acrostichon: de verzen beginnen steeds met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn kleine onregelmatigheden in vers 2 en in vers 18; de letter waw ontbreekt. Het afsluitende vers 22 valt buiten de alfabetische reeks.

mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,

laat mijn vijanden niet triomferen.

Zij die op u hopen worden niet beschaamd,

beschaamd worden zij die u achteloos verraden.

 

Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,

leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,

want u bent de God die mij redt,

op u blijf ik hopen, elke dag weer.

 

Denk aan uw barmhartigheid, HEER,

aan uw liefde door de eeuwen heen.

Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,

maar denk met liefde aan mij

en laat uw goedheid spreken, HEER.

 

Goed en rechtvaardig is de HEER:

hij wijst zondaars de weg,

wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,

hij leert hun zijn paden te gaan.

Liefde en trouw zijn de weg van de HEER

voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

 

Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,

omwille van uw naam.

 

Aan wie in ontzag voor hem leven,

leert de HEER de rechte weg te kiezen.

Hun leven verloopt in voorspoed

en hun kinderen zullen het land bezitten.

De HEER is een vriend van wie hem vrezen,

hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

 

Ik houd mijn oog gericht op de HEER,

hij bevrijdt mijn voeten uit het net.

Keer u tot mij en wees mij genadig,

ik ben alleen en ellendig.

Mijn hart is vol van angst,

bevrijd mij uit mijn benauwenis.

 

Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,

vergeef mij al mijn zonden.

Zie met hoe velen mijn vijanden zijn,

hoe ze mij dodelijk haten.

 

Behoed mij en bevrijd mij,

maak mij niet te schande, want ik schuil bij u.

Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,

op u is mijn hoop gevestigd.

 

God, verlos Israël,

verlos het van al zijn angsten.

 

 

Overdenking

Zusters en broeders.

Wat is bidden?

De filosoof Sören Kierkegaard zegt over bidden het volgende: Hoe aandachtiger en innerlijker mijn bidden werd, hoe minder ik te zeggen had. Op het laatst werd ik helemaal stil.

Ik werd iemand die luisterde.

Eerst dacht ik dat bidden spreken was. Maar ik leerde ook dat bidden niet louter zwijgen is.

Maar luisteren.

Zo is het: bidden wil niet zeggen: zichzelf horen praten.

Bidden wil zeggen: stil worden en stil zijn en wachten tot de biddende mens God hoort.

 

Wat betekent het gebed voor ons?

Hoe gaan wij ermee om?

Is het belangrijk in ons geloof?

Ik zei net al, voor velen is bidden eerder een probleem dan een behoefte.

Van de belemmeringen die ik soms hoor, noem ik enkele.

Sommigen zijn teleurgesteld omdat ze het idee hebben dat het toch niet helpt, dus waarom ermee doorgaan?

Anderen kunnen niet geloven dat God luistert. “Wie ben ik dat ik God lastig mag vallen en dat Hij luistert naar mijn relatief onbelangrijke problemen en vragen?”

Of men vindt bidden zwak.

We kunnen ons immers best zelf redden. Hulp vragen wordt in onze tijd vaak als een teken van zwakte gezien.

 

Misschien herkennen we dit wel.

Past bidden inderdaad niet beter bij mensen die er minder goed aan toe zijn? Bij afhankelijke mensen?

En in onze tijd willen mensen juist niet afhankelijk zijn, wij willen ons leven graag in eigen hand hebben.

De begrippen vrijheid, zelfbepaling, onafhankelijkheid, zelfstandigheid staan in hoog aanzien voor ons.

Ook de rol van het verstand is heel belangrijk en doorslaggevend.

Als we een bepaalde gebeurtenis niet met ons verstand kunnen vatten en verklaren, kan het niet waar zijn. Zo kunnen we heel veel niet meer geloven.

 

Dat de wetenschap zich ver heeft ontwikkeld, daar moeten we dankbaar voor zijn. Maar het gevolg is ook dat het wetenschappelijk denken zo algemeen is geworden dat we ons er niet meer van bewust zijn dat wetenschap geen doel maar een hulpmiddel is voor het menselijke leven. De econoom Arjo Klamer heeft toen hij hier zijn lezing hield, het voorbeeld van het economisch denken gegeven dat soms het privé leven kan verwoesten.

Vaak vergeten we dat er ook gebieden in ons leven zijn die ons verstand te boven gaan, die een geheim bevatten wat we niet kunnen ontrafelen. Als we dat niet meer zien of ontkennen, betekent dat een verarming van ons leven. Alles is niet te ontleden, te berekenen, te verklaren. En juist de wezenlijke dingen zijn tegelijk een mysterie.

Daarbij kunnen we bijv. denken aan de woorden geloof, hoop en liefde.

Belangrijke woorden, fundamentele woorden in ons geloofsleven. Woorden waar de wetenschap niet veel mee kan.

 

Ik denk dat we de invloed die onze cultuur op onszelf heeft, niet moeten onderschatten. Daar kun je je nauwelijks aan onttrekken. Heel ons denken, voelen en waarnemen wordt erdoor bepaald, zonder dat we onszelf ervan bewust zijn.

Ook de mens wordt object van wetenschappelijk onderzoek.

Maar is een mens niet meer dan alle uiterlijke gegevens die er over hem/haar bekend zijn? We hebben ook een binnenkant, een ziel. Onze ziel maakt ons als persoon volstrekt uniek, daardoor hebben we onze heel eigen belevingswereld en zijn we wie we zijn.

In onze ziel kunnen we ons aangesproken voelen door God. En daarin worden we ook gekend door God, dieper dan we onszelf kennen, zoals psalm 139 zegt.

Juist dit unieke gekend-zijn, de kern van ons menszijn staat op de tocht in onze cultuur. Het is immers niet waar te nemen.

Maar toch … ondanks dit alles, hoe belangrijk is het ons open te stellen zodat we kunnen ervaren dat God bij ons is.

 

Ter illustratie wil ik een heel opvallend voorbeeld geven.

Van de theoloog Dietrich Bonhoeffer is bekend dat er een grote verandering in zijn theologische werkzaamheden heeft plaatsgevonden. Hij was intellectueel hoog begaafd, had al veel bereikt in de theologie als hij het volgende schrijft (1936): Toen kwam er iets anders, iets dat mijn leven tot nu toe veranderd en een andere richting heeft gegeven. Ik kwam voor het eerst echt in contact met de bijbel … Ik had al dikwijls gepreekt, ik had al heel wat van de kerk gezien, erover gesproken en gepreekt – en toch was ik nog steeds geen christen geworden … Ik weet het, ik heb de zaak van Christus voor mezelf gebruikt. Ik smeek God dat dit nooit weer zal gebeuren. Ik had maar weinig gebeden. Ik was bij al mijn verlatenheid tevreden over mijzelf.

Daaruit heeft de Bijbel, vooral de Bergrede me bevrijd.

Van toen af is alles anders geworden. Dat heb ik zelf heel duidelijk ervaren en ook zelfs andere mensen rondom mij hebben dat opgemerkt.

Dat was een bijzonder bevrijdende ervaring. Toen ging ik begrijpen dat het leven van een dienaar van Jezus Christus het eigendom van de kerk moet zijn en stap voor stap werd me duidelijk hoe ver dit moet gaan.

Toen kwam de noodtoestand van 1933. Dat heeft me daarin versterkt. Ik vond ook mensen die, net als ik, zich dit doel voor ogen stelden.

Ik ging me volledig inzetten voor de vernieuwing van de kerk en het herdersambt. Het christelijk pacifisme dat ik tot voor kort bestreden had, zag ik nu als iets vanzelfsprekends. En zo ging het verder.

 

Deze wending naar de Bijbel en naar Jezus Christus had zijn uitwerking op zijn colleges aan de theologische faculteit. Vanaf dat moment begon hij zijn colleges met gebed.

Ik vind dit heel opmerkelijk, dat een theoloog zo’n geestelijke verandering doormaakt.

 

Als we de evangeliën lezen, blijkt dat Jezus dikwijls bad.

Lucas vertelt: “Grote drommen mensen stroomden samen om hem te horen en hun ziekten te laten genezen. Maar hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden “.

 

Je zou kunnen denken dat juist hij niet hoefde te bidden. Hij stond toch al in verbinding met zijn Vader? Misschien moest hij bidden om niet te vergeten wat het belangrijkste is, om zich niet te laten meeslepen door de ongeduldige menigte.

Jezus zocht steeds contact met God in het gebed. Daardoor was hij in staat tot liefde voor God ondanks alles en van daaruit tot liefde voor mensen.

 

Op een gegeven moment vragen de leerlingen Jezus hoe ze moeten bidden. “Heer, leer ons bidden”.

Ook zij wisten dus niet hoe dat moest. Een geruststellende gedachte.

Jezus leert hen en ons het “Onze Vader”.

Daarin wordt ik steeds weer geraakt door de 3e zin: Uw wil geschiede.

Is dat niet de kern van wat bidden zou moeten zijn?

Het betekent niet dat ik me willoos overgeef aan alles wat mij overkomt.

Ik denk dat het betekent dat ik me ervan bewust wordt dat ik niet het middelpunt ben waar alles om draait. Dat ik niet de schepper van mijn leven ben, alles draait niet om wat ik wil.

Misschien helpt het om voor vandaag genoegen te nemen met het leven zoals het zich aan ons voordoet en daar gelukkig in te zijn.

Ook al is het niet perfect, ook al zouden we sommige dingen graag anders zien. Zo kan bidden worden tot een op een bepaalde manier in het leven staan.

Verdriet, angst, eenzaamheid worden niet minder maar we hoeven het geestelijk niet alleen te dragen.

En ook andersom mogen we geloven dat God betrokken wil zijn bij onze vreugde en blijdschap.

 

Amen.

 

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)