Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 19 mei 2013

Voorganger: zr. A.T. van Kempen-Tollenaar

 

Pinksteren 2013

 

Lezingen

Rechters 14: 5,6

Simson ging met zijn vader en moeder op weg naar Timna.

In de buurt van de wijngaarden van Timna kwam ineens een leeuw brullend op hem af. Toen voer de geest van de Heer in hem en met zijn blote handen verscheurde de leeuw, alsof het een geitenbokje was.

Maar tegen zijn vader en moeder sprak hij er met geen woord over.

 

Johannes 14: 15–30

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleit-bezorger te geven die altijd bij je zal zijn: de Geest van de Waarheid.

’De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie zullen leven.

Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben.

Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen en ik zal mij aan hem bekendmaken.’

Toen vroeg Judas (niet Judas Iscariot) aan Jezus: ‘Waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’

Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft houdt zich niet aan wat ik zeg. En wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie ik gezonden ben.

Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben.

Later zal de pleitbezorger, de Heilige Geest, die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb.

Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.

Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen?  Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar de Vader ga, want de Vader is meer dan ik. Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.

Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van de wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.

Kom, laten we hier weggaan.’ 

 

Overdenking

Vandaag is het Pinksteren. Een feest dat vaak in de schaduw blijft van Kerst en Pasen, maar vandaag lijkt te gaan spreken. Pinksteren is het feest van een andere taal, van een nieuwe geest onder mensen. Een geest die trooster heet, die mensen aanraakt met liefde. Die heilzame geest komt op het moment dat Jezus er niet meer is. Bij wijze van ondersteuning om zijn volgelingen te herinneren aan wat hij gezegd en voorgeleefd heeft. In het verhaal van Simson gaat het ook over Gods geest, maar deze heeft een heel andere betekenis. Die geest is niet spiritueel, maar geeft Simson spierkracht. Hij heeft een bovennatuurlijke kracht ontvangen. Het lijkt wel of hij een vorm van doping heeft ondergaan. In bijbelse termen heeft Simson goddelijke kracht ontvangen.

 

Na zijn dood hebben Jezus’ volgelingen gedurende enige tijd bijzondere ervaringen gehad, die zij weergaven door te zeggen dat Jezus zich opnieuw aan hen te zien gaf. Op grond van deze visionaire belevenissen kwamen ze tot het geloof dat Hij door God was opgewekt uit de dood. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat de apostelen hallucinaties hadden. De teksten waarin deze ervaringen zijn beschreven, zijn talrijk. Ze geven geen eensluidend beeld en spreken over diverse personen en groepen op verschillende plaatsen en op verschillende momenten.

 

Er wordt iets van gemeenschappelijk leven in de discipelen wakker, zodat ze de weg van Jezus kunnen gaan oppakken en ook volhouden. Dan kunnen ze vervolgens nuchter en concreet gaan werken aan een nieuwe samenleving waarin mensen delen met elkaar. Dat betekent niet alleen hoop en verwachting delen, maar ook hun geld en goederen. De oude tegenstellingen tussen arm en rijk, man en vrouw, allochtoon en autochtoon zullen worden opgeheven. Want men zal echt gaan delen.

De taal die ze dan spreken zou je de taal van het hart kunnen noemen. Ze spreken vanuit hun hart omdat ze zich aangeraakt weten. Aangeraakt door een liefde groter dan zijzelf. Daardoor verstaan ze elkaar.

Het is die aanraking die hen ingeeft een andere, een nieuwe taal te gaan spreken met elkaar. Die hen uit één stuk doet zijn en waardoor ze bij elkaar leggen wat ze hebben, en zichzelf en hun bezit met anderen gaan delen.

Niet van buiten opgelegd, maar van binnenuit doen ze dat.

 

Nu kun je zeggen, maar dat was al zo lang geleden! Of: zo groots als toen, dat gebeurt alleen soms, heel even. Later zal het vast weer verwateren, want mensen willen toch weer iets voor zichzelf hebben. Dat is menselijk. Kennen we niet allemaal zo’n moment dat je plotseling weet dat je er zijn mag. Dat jouw bestaan opgenomen is in een groter geheel? Dat je ondanks wat je overkomt en meemaakt je op je weg gedragen wordt? Maar weten we niet allemaal wat de geest van Pinksteren is, wat ie doet?

 

In de Bijbelverhalen gaat het om een manier van spreken over ons leven, waardoor dat in een ander licht komt te staan. Het opent een ander perspectief.

Zoals Jezus in de bijbel met zijn gelijkenissen doet: ze laten anders kijken naar de werkelijkheid, alsof we met nieuwe ogen zien. Het is zo’n ervaring van licht waardoor het leven plotseling niet dwaas of uitzichtloos is. Het  lijkt te worden opgelicht, het wordt transparant, ondanks het negatieve dat er zeker ook is. Licht dat van buiten naar binnen valt? Je zou het kunnen zien als een handreiking voor verbinding: alleen in contact met de buitenwereld komt er van binnenuit een verbinding tot stand die verder brengt.

Die ervaring is niet zo ver weg als we zouden denken. Die is in ons hart gelegd, ons in de mond gegeven. En als we durven te leven vanuit die ervaring, dan gaan we met andere ogen kijken. Eerst naar onszelf, maar dan ook naar wat er om ons heen is. Dan leren we geesten te onderscheiden: of ze uit God voortkomen, of dat ze mensen tot zichzelf brengen, bij hun verlangens en hun pijn, hun zoeken en hun thuis zijn. Of juist niet.

We zouden willen dat de nieuwe taal waarnaar we op zoek zijn in ons land iets heeft van de taal van het hart waarin mensen herkenbaar worden voor elkaar. Waarbij we niet uitgaan van wat mensen scheidt en onderscheidt van elkaar, maar van wat ze wezenlijk bezielt, inspireert en verbindt. We zouden willen dat we van daaruit op zoek kunnen gaan naar oplossingen voor wat er speelt in onze samenleving; vanuit de ervaring van licht en liefde.

 

Over een ander soort liefde gesproken: onlangs las ik een artikel, dat over onvoorwaardelijke liefde tussen twee mensen ging: In de sauna van Bad Nieuweschans is het heerlijk om naakt te zwemmen. Aan de rand van het bad  houdt een oudere man zijn verlamde vrouw vast en masseert haar rug onder water. Dan zet hij haar voeten op de zijne en loopt parmant het zwembad door. Zij vertrouwt op zijn kracht, want zelf kan zij niets. Ze schaterlacht, hij ook. Tussen de twee bestaat een zichtbare osmose.

Ik denk aan Jezus, lopend op het water. Ook een kwestie van vertrouwen .

Als zij uit het water getild moet worden blijkt dat de lift iets mankeert. Maar de man is technisch onderlegd en krijgt het gevaarte aan de praat, terwijl zijn vrouw hem liefdevol plaagt. Mijn God, wat zijn ze mooi daar, naakt, aan de rand van het zwembad.

Deze twee mensen hebben geen dure woorden of ingewikkelde redeneringen nodig om te weten wat hen bindt: onvoorwaardelijke liefde.

 

Deze twee mensen leven in het NU. Het moment van het nu is weliswaar het dichtste bij, maar tegelijkertijd ook het minst helder. Het is wel geleefd, maar niet beleefd. Het is altijd NU, en nooit toekomst. We leven vanuit het verleden voor de toekomst. Toekomst bestaat alleen in het denken. Het is te actueel. Te weinig in de tijd gezet, zowel naar achteren als naar voren.

De Duitse filosoof Ernst Bloch heeft daarover gezegd: leven in het nu is het moment van waaruit wij naar voren en naar achteren kunnen kijken. In de Bijbeltekst die ik vandaag heb gelezen, komt duidelijk naar voren dat Jezus zowel in het verleden als in het heden heeft geleefd. Hij zegt: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien’.

 

Ook wij verdwijnen en worden stof en as. Maar de binnenkant die een mens tot mens maakt is onvergankelijk. Zoals God onvergankelijk is. We leven over de dood heen. Maar God zal dat wel weten. En wat God weet, is in orde.

 

Dorothee Sȍlle, de Duitse theologe, heeft eens gezegd:

 ‘We hebben een nieuwe hemel en een nieuwe aarde nodig, een andere wijze van leven, van handelen, van delen, van liefhebben. Want die oude aarde is bezoedeld door bloed, verscheurd door oorlogen. Bossen sterven, velden verdrogen. Op deze aarde voeren we oorlogen, zoals nu in Syrië. Hiermee wordt de mythe van de almacht van wapens en het volkerenrecht omvergehaald. Terwijl de schreeuw van vluchtelingen om voedsel nauwelijks wordt gehoord.

 

Jaren geleden zei Dorothee Sȏlle dat al: ‘God, niet U moet mijn problemen oplossen, maar ik die van U, God van de asielzoekers. Niet U moet de hongerigen verzadigen, maar ik moet uw kinderen behoeden voor de terreur van banken en militair apparaat. Niet U moet de vluchtelingen opnemen, maar ik moet die vluchtelingen opnemen’. Is er tegenwoordig iets veranderd?

 

Het gaat er niet om dat mensen toegesproken worden. In de politiek heeft dat al helemaal geen resultaat. Waar het om gaat is, dat mensen zich herkennen en geraakt worden. Of dat ze hun verdriet of boosheid leren kanaliseren. Leven en geloven raken elkaar als men opnieuw zicht krijgt op zijn eigen geloof. Het hoort bij de mens om te verlangen naar wat er nog niet is. Al was het maar, omdat het bij ons bewustzijn hoort dat ons leven niet af is. Je hebt een ander nodig om mens aan te worden. Want mens wordt je pas in relatie, in verbinding. God is daar waar je Hem binnenlaat. Op een andere wijze is God niet meer dan iets vaags, waarvan we het bestaan kunnen vermoeden.

Voor veel mensen maakt God geen deel uit van hun leven.

 

Het lijkt misschien een wat vreemde, en zelfs oneerbiedige vergelijking. Maar ik denk wel eens dat sommige mensen op zoek zijn naar God zoals er naar het monster van Loch Ness gezocht wordt. Ze zijn op zoek naar wetenschappelijke bewijzen, ze willen God zo nauwkeurig mogelijk kunnen beschrijven en determineren, kortom ze gaan op zoek naar informatie over God. En het lukt maar steeds niet om bewijzen te vinden voor zijn bestaan. God is de kwaliteit van leven die steeds in mensen aanwezig is, maar waar zij zich niet van bewust zijn en die zij niet beheren. Het gaat er om dat mensen bij die plek in zichzelf komen waar ze ten diepste één leven met God zijn.

Soms is er sprake van Gods nabijheid, af en toe wordt zelfs zijn stem gehoord. Maar dat is allerminst vanzelfsprekend. Er zijn maar weinig mensen die zo’n ervaring hebben en bovendien blijft het ook voor hen beperkt  tot enkele bijzondere momenten.

 

God is niet alleen degene die helpt, maar Hij is ook degene die ons vraagt om Hem te helpen. Niet voor niets is de eerste vraag die in de bijbel gesteld wordt de vraag die God aan de mens stelt: ‘Mens waar ben je?”

De mens zoekt God, maar het omgekeerde is minstens even waar. God heeft mensen nodig. Hij heeft in deze wereld geen andere handen dan de onze om iets te doen. Tegelijkertijd hebben wij God nodig. Niet als de grote regelaar, onze pleitbezorger, maar als de uitdrukking van iets groters dan wijzelf, als bron van leven die er al was vóórdat wij er waren en waardoor we het leven als een geleend geschenk mogen aanvaarden.

 

                    Als de timmerman niet werkt, wordt het huis niet.

                    Waar de bijl rust, rust ook het worden.

                    God en wij, wij zijn één in het werken.

                    Hij werkt en wij worden.

Amen.

 

 

Méér preken      (Sluit de pagina om terug te keren)