Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 21 juni 2009

Voorganger: ds. K. van der Werf

 

Teksten:

1 Koningen 7 : 22

Mattëus 6 : 28

 

Leliën des velds

Hollandrija, een vergeten protestantse gemeenschap

In Slikkerveer woont Esjmund Hinborch. Esjmund Hinborch is 81 jaar. Hij is geboren in 1928 in het Poolse dorp Zamostecse aan de rivier de Bug. Deze rivier was de grensrivier tussen het toen­malige Rusland en Polen. Het was de uiterste uithoek van Europa. Het dorpje werd ge­kenmerkt door namen als Hildebrandt, Zelent, Koents en Hinborchs. Niet echt Poolse namen! De inwoners langs de rivier noemden de inwoners van Zamostecse “Hollandrija”. Dat was ook wat de vader van Esjmund hem had verteld. “Ze waren mensen die uit Hollandrija waren gekomen”, wist Esjmund zich te herinneren. Maar waar dat lag wist hij niet!

De oorlog met Duitsland zorgde ervoor dat alle bestaande structuren langs de grensrivier verander­den. Je kon niet zomaar meer de rivier oversteken naar je familieleden die op de andere oever en dus eigenlijk in een ander land woonden. Iets wat de bewoners zelf nooit hadden beseft. Want de taal was hetzelfde, men kende elkaar en tot 1939 kwamen er geen vreemdelingen. Maar met de Duitse inval veranderde alles. De Bug werd nu de grensrivier tussen Duitsland en Rusland en werd door de soldaten streng bewaakt. En aangezien ze in Zamostesce geen Slavische namen hadden, trok dat de aandacht van de bezetter. Het zouden wel eens Duitsers kunnen zijn? En bij de Duitse inval op Rusland in 1941 vielen ze helemaal tussen wal en schip, want nu was de rivier zelfs geen grensrivier meer maar een binnenrivier van het Duitse Rijk En al spoedig werden ze tegen wil en dank helemaal voor Duitsers aan­gezien en moesten de jongens, waaronder Esjmund Hinborch, vechten in de Wehrmacht.

Maar het waren geen Duitsers die daar in die paar dorpjes woonden aan de rivier de Bug. Het waren “Hollandrija”. “Hollanders”, die in 1567 met Hollandse schepen naar Dantzig waren gegaan, omdat daar landverhuizers in die tijd zeer welkom waren. Danwijck werd het in die tijd in de Nederlanden genoemd en de handelsagenten hadden ook de opdracht om Nederlanders te werven om het land daar op te bouwen. Voor mensen, die Protestant waren geworden en de Hertog van Alva wilden ontvluchten, was dit een ideale mogelijkheid. “Het vette land van Pruisen werd het genoemd”! De oevers van de Weichsel werden zelfs door Vondel vergeleken met het paradijs in zijn Gysbrecht. Nieuw Holland wordt de streek rond Dantzig genoemd in de Gysbrecht. Doopsgezinden en nog niet aangesloten Reformatorische groepen zochten hun heil daar in Polen omdat het leger van Alva de Nederlanden naderde.

Maar in Dantzig was het hard werken geblazen. Sommige Hollandrija werkten mee aan de be­dijking van de rivieren en als de grondwerkers van toen, volgden ze de rivieren stroomop­waarts, steeds gevraagd door de landadel om grondwerk te doen. Sommige Doopsgezinden bleven in de buurt van de Oostzee wonen omdat dat nog vrij Duits was en zochten hun brood­winning in het runnen van  kleine boerderijtjes. Maar de grondwerkers trokken verder. En het was ook nog niet duidelijk wat voor soort protestanten ze eigenlijk waren. Want een echte dominee hadden ze ook niet. En de scheiding tussen wat Pools en wat Duits was veranderde ook om de zoveel tijd. Met alle gevolgen van dien! Maar aan de rivier de Bug daar was het zo rond 1750 gestopt. Het grondwerk werd minder.

En men vestigde zich in eigen ontgonnen dorpen rond deze rivier, met een eigen gebouwd kerkje als middelpunt. Ze waren geen Mennonieten maar Hollandrija. Hollandrija, letterlijk wonend op het snijvlak tussen het Westen en het Oosten. En…. Ze waren niet Rooms-katholiek en niet Russisch-orthodox maar: protestant. Niet echt Mennonitisch, maar ook niet echt Calvinistisch. En een “echte” dominee hadden ze ook niet.

Ze moesten het daar zelf aan de Bug als Hollandrija zien te rooien.

En dat betekende dat ze de akkers goed moesten bewerken, want anders hadden ze in de winter geen eten. En dat betekende ook als grondverzetarbeiders werk zien te vinden. En altijd te maken hebben met oorlogen die over hun gebied trokken, waarbij de nabijgelegen vesting­stad Brest als eerste oorlogsdoel gold.

Tot 1911 konden deze Hollandrija in die paar dorpjes aan de Bug het hoofd boven water houden. Maar toen de tsaar van Rusland plannen had om de Trans-Siberische spoorweg aan te leggen, trokken verschillende Hollandrija families naar Siberië om daar geld te verdienen als grondarbeider bij de spoorlijn en, om een nog belangrijker reden: dat ze een eigen stuk grond kregen in Siberië als dank voor hun werk aan de spoorlijn. En zo kwamen de Hildebrands, de Zelentsen, de Koentsen en de Hinborchs in Siberië terecht. Met een boerenkar, hun koe en hun ezel te voet 1000 kilometer verder naar het oosten.

En hier raakten ze door de Eerste Wereldoorlog geïsoleerd van hun familieleden aan de Bug. Contact was niet meer mogelijk. In het niemandsland van Siberië moesten ze zich noodge­dwongen vestigen net zoals sommige Duitse Mennnonieten daar terecht waren gekomen.

 

Maar hoe moeilijk ook om te overleven; hoe moeilijk ook om steeds te worden opgeschoven van de monding van de Weichsel bij Dantzig tot aan de moerassen bij het drielandenpunt tussen Oekraïne, Wit-Rusland en Polen: twee dingen namen ze steevast mee. Het familie­psalmboek en een polletje lelietjes-van-dalen.

Want deze Hollandrija hielden vast aan hun Nederlandse protestantse geloofstraditie zoals die was toen ze Nederland tussen 1570 en 1600 hadden moeten verlaten.

Psalmzingen op lange noten! De tekst aangepast aan het dialect dat men sprak.

Men trouwde noodgedwongen zoveel mogelijk binnen de gemeenschap en op zondag werd er een dienst gehouden, geleid door een zelf aangestelde oudste.

 

Maar het psalmboek en de lelietjes-van-dalen gingen altijd mee. Want die lelietjes-van-dalen die moesten op het graf komen te staan wanneer men overleed.

Van de dorpjes Zamostesce en de andere dorpjes aan de Bug is na de Tweede Wereldoorlog weinig meer overgebleven. De Hollandrija zijn ofwel eerder verhuisd of zijn op het laatst van de oorlog voor de Russische troepen uit in West-Duitsland verspreid geraakt. Hun graven zijn verwaarloosd! Maar zijn wél nog altijd te herkennen. Namelijk: door de lelietjes-van-dalen die er groeien.

 

Het psalmboek en de lelietjes zijn de symbolen van hun geloof, waardoor ze steeds de moeilijk­heden van het leven wisten te doorstaan. Hun geloof in rechtvaardigheid; hun geloof in een kracht die ze God noemden, het geloof dat hun houvast gaf aan het leven in welke situatie dan ook. De bijbelteksten die ze lazen als een richtingaanwijzer voor het leven. De psalmen als uiting van hun geloof om door het zingen geïnspireerd te raken. En de lelietjes-van-dalen als symbool dat ze niet bezorgd hoefden te zijn voor alles in dit leven, maar dat er een kracht bestond die daar ver boven uitging.

 

Precies zoals het in de Bergbrede vermeld staat. Het gaat daar om de bezorgdheid van het leven. Gewone dagelijkse vragen die ieder mens heeft.

Heb ik wel genoeg geld om eten te kunnen kopen? Hoe zal het er over een jaar of vijf uitzien in mijn leven? Ben ik er dan nog wel of ben ik dan al dood?

Hoe moet ik het allemaal bekostigen, nu alles zo duur wordt? Kan ik me nog wel kleden? Het zijn doodnormale vragen, die ieder mens zich stelt. Of je nu verdrukt wordt, arm bent of heel rijk; jong bent of oud; gevangen zit of vrij bent…dat maakt niets uit. Ieder mens heeft deze vragen omdat ze behoren tot het mensenbestaan!

 

En dan is het antwoord op deze vraag: Let op de leliën des velds hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet en ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.

 

Met de leliën des velds worden niet gewone lelies bedoeld die ogenschijnlijk maar gewoon groeien, tot bloei komen en dan in de herfst weer afsterven.

Nee…..met de leliën des velds wordt de zogenaamde Shoshana bedoeld.

En de Shoshana is de verborgen perfecte bloem die in de schepping bestaat maar die de mens niet kan zien. Of beter gezegd nog NIET kan zien!  De Joode kabbala traditie zegt namelijk dat voordat de schepping gemaakt is door God, God het patroon van een perfecte bloem voor zich had waarop de schepping gemaakt is. Deze bloem zit verborgen in de schepping. En deze bloem wordt de Shoshana genoemd, ook wel Roos of Rosa genoemd in het Nederlands.

Vandaar ook dat veel Joodse vrouwen Shoshana, Suzanne of Rosa heten.

Met het hebreeuwse woord  Shoshana wordt ook wel vertaald met lelie.

 

Op de tempel in Jeruzalem stond deze Shoshana, deze Roos, deze lelie dan ook afgebeeld als symbool dat in de schepping deze Roos, deze lelie, verborgen zat, zodat de mens die de tempel binnenkwam en dat leliewerk zag, eraan herinnerd werd dat het de opdracht van de mens was om deze lelie zichtbaar te maken om zo Gods bedoelingen tot stand te laten komen in de wereld.

 

En als je dat weet als mens…. als je die lelie, die roos, vanuit je geloof belangrijk vindt, wat be­tekent dat? Het is het logisch dat je je druk maakt over de dagelijkse dingen. Maar soms kun je aan die dingen helemaal niets doen of veranderen. Je kunt wel bezorgd zijn over de dingen, maar je kunt aan je lengte niet zomaar 69 centimeter toevoegen, al kan er tegenwoordig in de kliniek heel veel aan je verbouwd worden. Aan sommige dingen over je bezorgdheid voor het leven kun je vaak zelf niet veel veranderen. Maar dat wil niet zeggen dat je daarom ook maar geen hoop meer hebt voor het leven. Dat leven geen zin heeft! Dat het leven alleen maar bedoeld is om te overleven!

 

Kijk maar naar de leliën des velds. Kijk maar naar de mythische roos die verborgen zit in de schepping. Als je daar weet van hebt. Als je dat gelooft dan heeft het leven ook weer zin. Als je gelooft dat er een God bestaat en dat daar ook een bepaald mensbeeld bij hoort dan krijgt dat geloof ook invulling.

 

Zelfs koning Salomo, die de tempel had gebouwd en die ontzettend rijk was kan niet eens tippen aan de rijkdom van je geloof in deze verborgen lelie die ergens moet bestaan.

Deze shoshana, deze bloem is het symbool van geloof en hoop voor de mens.

Het was de bloem die op de tempel van Jeruzalem stond om de mens daaraan te herinneren.

Het zijn de lelietjes-van-dalen die de Hollandrija met zich meenamen als ze noodgedwongen weer verder moesten trekken langs de Weichsel en de Bug tot aan Siberië.

 

Het is wat wij zingen in het lied: Er is een roos ontloken. De roos van ons verlangen die weer zichtbaar is geworden in de Messias. De lelie als symbool van geloof en hoop voor de mens. En dat je toch het geloof blijft houden dat er een kracht is die je God noemt.

 

Wij mensen hebben de neiging om de zaken van toen de romantiseren. Er worden Mennonieten­reizen georganiseerd naar Polen en we hebben het beeld van zeer godsvruchtige mensen. Maar zowel de Mennonieten als de Hollandrija hebben het zeer zwaar gehad in hun strijd om het bestaan. Maar de Shoshanna, die bloem van Gods behagen, die roos, die lelie was voor hun het symbool om toch te blijven geloven in hun eigen levensvisie.

 

Esjmund Hinborch werd als krijgsgevangene van de Duitse Werhmacht gevangen genomen in Frankrijk. En zijn geluk is geweest dat hij door een Poolse officier is ondervraagd en dat hij door de gemeenschappelijke taal als Pool werd gezien en door de Britten na de oorlog niet terug werd gestuurd naar Polen. Hij werd na de oorlog naar Rotterdam vervoerd om daar te helpen met de wederopbouw en ontmoette daar de Hollandse Dinie. Maar Esjmund Hinborch was geboren aan de Bug en zijn naam vond hij terug in Nederland.

Onlangs is hij met zijn vrouw Dinie naar Zamostecse geweest. Niks kon hij terugvinden van zijn jeugd. Maar de taal sprak hij nog en hij heeft nog met mensen gesproken die de Hinborchs nog hebben gekend.

Maar wat hij buiten het dorp wél heeft gevonden, dat waren veldjes met lelietjes-van-dalen. Op verwaarloosde graven. Hijzelf zal wel niet hebben geweten dat de lelie in de bijbel slaat op de verborgen bloem die God in de schepping gelegd heeft als teken van het mooie volmaakte dat de mens als hoop voor ogen moet houden. Het is de roos van ons verlangen, die zichtbaar geworden is en weer opnieuw is gaan bloeien in ’t midden van de nacht.

 

De lelie van God, zichtbaar als de Messias, als teken van hoop en geloof voor de mens.

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)