Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 22 februari 2015

Voorganger: Gabe Hoekema

 

Thema: Waar ben je gemeente?

 

v Orgelspel

v Woord van welkom

v Aansteken van de kaars

 

v 40 dagen

40 dagen op weg naar de dood

Onontkoombaar maar niet het doel

40 dagen op weg naar de dood

Vol van leven, vol van woorden

40 dagen op weg naar de dood

Hoe wordt je mens, hoe blijf je mens?

40 dagen op weg naar de dood

Wie is zo kwetsbaar dat hij doodt?

Wie durft zo kwetsbaar te zijn gedood te worden?

40 dagen op weg naar de dood

Dat was, dat is een weg van vrede

40 dagen op weg naar de dood

Onaantastbaar zal hij zijn, deze mens, zoon van de Eeuwige

 

v Lied van de gemeente: 536: 1 en 2 uit het Nieuwe Liedboek (Alles wat over ons geschreven is)

 

v Bijeengeroepen: Woord van begin

Op weg naar het koninkrijk van de Eeuwige worden wij samengeroepen door het verhaal van God en mens, waarin we de stem horen van wat, van wie we de eeuwige noemen, God van liefde en vrede.

Op weg naar het koninkrijk van de Eeuwige worden wij samengeroepen om elkaar te versterken op die weg, soms een weg van vreugde, soms een weg van honger en dood.

Op weg naar het koninkrijk van de Eeuwige proberen we gehoor te geven aan de mens die die weg ging, tot het einde.

 

v Lied van de Gemeente: 536: 3 en 4

 

v Woorden van bezinning

In een wereld van geweld, van granaten en van aanslagen, in een wereld waar geld blijkbaar een machtsmiddel is en niet een geschenk om te leven en leven te geven, in die wereld komen wij samen om het koninkrijk van de Eeuwige voor ogen te hebben en te houden.

In de gemeenschap van hen die geloven in dat koninkrijk van liefde en vrede zijn wij bijeen om te vieren en te leren mensen te zijn van de weg, de weg van 40 dagen, de weg van leven, door de dood heen.

Wij zoeken de Eeuwige en proberen één te worden met de kracht van liefde en vrede, tot heil van de wereld, deze wereld, de wereld van alle mensen. Amen

 

v Lied van de Gemeente: 833 (Neem mij aan zoals ik ben)

 

v Inleiding op het thema van de dienst: Gemeente, waar ben je?

Een maand geleden stelde ik de vraag aan de orde: Mens waar ben je? Om aan de hand van allerlei vragen in de bijbelse verhalen duidelijk te maken dat vragen uit zijn op betrokkenheid. Niet op een pasklaar antwoord. En in de liturgie stelde ik ook de vraag naar de gemeente. Gemeente waar ben je? Vandaag komt die vraag ook nog eens te staan in het licht van de 40-dagentijd, de tijd van de weg van Jezus naar het kruis en daaraan voorbij. Gemeente, waar ben je, in deze wereld en waar ben je aan het eind van de weg. Ga je eigenlijk wel een weg, of sta je stil? Ben je in beweging of niet? Dat soort vragen. Wat ik wil proberen is aan te geven waar de gemeente aan moet voldoen om een gemeente te zijn, die zijn naam verbindt aan die ene mens, Adam, Jezus, Christus, die op weg ging, van Galilea naar Jeruzalem, van Jeruzalem naar Galilea, van de plek waar je te leven hebt naar de plek die symbool is van het rijk van liefde en vrede.

 

v En inleiding op de bijbelgedeelten

Daarom lees ik uit Mattheus uit 4 en 5, rond de bergrede. Waar van Jezus duidelijk wordt gemaakt waar hij op uit is, in zijn rondtrekkende verkondiging. Uit de eerste Korinthenbrief van Paulus lees ik uit hoofdstuk 12 over de verscheidenheid en de eenheid in de gemeente. Je zou zeggen twee bijbelgedeelten die samen de kern van het gemeentezijn vertolken.

 

v Lied van de gemeente: 330 [2x] (Woord dat ruimte schept)

 

v Lezing: Mattheus 4: 23 – 25 en 5: 3 – 10

Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.

Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Syrië. Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij hem gebracht, en hij genas hen.

En grote groepen mensen volgden hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.

---------------------------------------------------------

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen het land bezitten.

 

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.’

 

v Korte overdenking

Vorige week had Klaas het over het beginsel, het principe van waaruit de aarde geordend werd. Zo geloofde Israël het en zo schreef het zijn geloof op in die eerste woorden van de bijbel: In principe, onder het beginsel schiep God de hemel en de aarde. En Klaas verbond dat beginsel met de wijsheid, een van de uitdrukkingen voor de eeuwige, voor God.

In dat spoor wil ik verder gaan, dit keer vanuit het Nieuwe Testament. Want ik stelde de vraag: Gemeente, waar ben je? Die vraag stel ik vanwege de situatie waarin de Doopsgezinde Gemeenten in Nederland zich bevinden. En deze week bleek ik in het gezelschap te zijn van de PKN, die via een lange lijst van vragen er ook achter wilde komen: Gemeente waar sta je vandaag de dag.

Waar het mij om gaat in de vraag naar de gemeente is eigenlijk de vraag naar het bestaansrecht van de gemeente. Dat de gemeente bestaat, is duidelijk. En zolang nog iemand het lichtknopje aandoet zal de gemeente ook bestaan. Maar wat voor gemeente is dat? Een gemeente die het lichtknopje aan doet en uit doet, de kachel aan en uit, een predikant regelt en een organist?

Gemeente waar ben je? Waar sta je in deze naar het beginsel der liefde geschapen wereld, die zoveel geweld en chaos kent? Waar sta je?

Mattheüs vertelt ons over Jezus - zo heeft hij dat geïnterpreteerd en onder woorden gebracht en meer weten we niet van Jezus - Mattheüs vertelt ons dat hij rondtrok door Galilea, onderricht gaf in de synagogen, het goede nieuws van het koninkrijk verkondigde en iedere ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

Onderricht, verkondiging en genezing. Onderricht in de gemeente, verkondiging op straat en genezing waar nodig. Drie thema’s die het werk van Jezus bepaalden. Dat is niet zomaar één op één over te zetten naar nu. En ook niet naar ons.

De samenleving is veranderd, wij zijn veranderd. Maar wel drie thema’s die ons aan het denken kunnen zetten. Het is aardig om te lezen dat Plaisier van de PKN als belangrijkste thema’s noemt: Verkondiging en gemeenschap van mensen. Ik houd het even bij de drie genoemde thema’s, waarbij de gemeenschap van mensen voor ons de onderliggende waarde is, fundamenteel, heel belangrijk.

Een van de bijbelse thema’s is binnenshuis, twee thema’s worden waargemaakt midden in het publiek, in de samenleving.

De samenleving is veranderd. Geloof is veranderd. Geloven is meer particulier dan publiek, al lijkt het weer wat te kenteren. Als reactie op de islam, die sterk gericht is op de samenleving in veel landen spreken wij opeens ook weer meer over onze christelijke wortels.

Maar we zitten meestal met ons geloof en onze wereldbeschouwing binnenshuis. Daar kan dus onderricht gegeven worden. Leren, zoals Klaas en Heleen hier doen. Ik weet niet hoe ze dat doen. Ik weet alleen dat onderricht geven net zo iets is als vragen: Vraagleren, noemden we dat in Friesland. Onderricht is voor Jezus; de Thora doorgronden. Wat staat er, en, het belangrijkste, wat betekent dat voor ons vandaag? Onderricht heeft te maken met het concrete leven, met de vragen die we in dat concrete leven tegenkomen. Kunnen we dat en willen we dat? Of willen we onderricht als abstracte kennis, of als kennisname van het verleden of van een oud boek? Als we kiezen voor een gemeente die zijn bestaan ontleent aan haar betrokkenheid op de samenleving en haar stem wil laten horen in die samenleving, dan zal onderricht altijd te maken hebben met de actualiteit van ons leven.

Dan zijn we ook direct beland bij de verkondiging van het koninkrijk. Dat koninkrijk is niet een verre droom, niet een andere wereld, niet een bestaan na de dood in de hemel, maar een mogelijkheid van leven nu. Ooit werd gedacht dat de bergrede er was voor het moment dat Christus wederom op aarde zou komen, dus ooit, dus nooit en dus een alibi om je er nu nog niets van aan te trekken. Maar de zaligsprekingen, de gelukswoorden, gaan nu juist over hier en nu: de nederigen van hart, hoewel dat ook de kansarme armen zijn, toen en nu; de treurenden, toen en nu, de zachtmoedigen, toen en nu; de mensen die uitzien naar gerechtigheid en lijden onder onrecht, toen en nu; de barmhartigen, die altijd weer de ander belangrijker vinden dan zichzelf, toen en nu; de zuiveren van hart, de eerlijke mensen, de eerlijke machthebbers, de eerlijke bazen, de eerlijke kerkmensen, toen en nu.

Het koninkrijk dat het bestaan mogelijk moet maken voor hen die te lijden hebben en vervolgd worden en weggehoond worden of onthoofd worden, die moeten vluchten. Daarvoor begint het koninkrijk als er ten minste één mens zich die zich betrokken weet bij hen, één mens die de weg mee durft te gaan, ook als de weg letterlijk en figuurlijk uitloopt op de dood, een doodlopende weg.

Waar is de gemeente? Staat die midden in de actualiteit van het leven, durft ze dat? Schitterend als dat zo is. Hoe merken we dat? Manifesteren we ons in de wereld, of blijven we de stillen in den lande? Terend op een roemrijk verleden. Maar waar is de weg zichtbaar van Galilea naar Jeruzalem? Waar is de weg zichtbaar die van levensbelang is, waar het leven op het spel staat? Gemeente, waar ben je?

Ik kom ook niet verder dan vragen, maar de vragen zijn wel belangrijk.

Straks nog kort naar aanleiding van Paulus in zijn Korinthenbrief.

 

v Lied van de gemeente: 542: 1, 2 en 3 (God roept de mens op weg te gaan)

 

v Lezing: 1 Korintiërs 12: 4 – 11

Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest;

er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer;

er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.

In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.

Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis;

de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.

En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is.

Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.

 

v Korte overdenking

We kunnen niet alles, laten we eerlijk zijn. En de tijd is voorbij dat je al het werk van de gemeente aan de voorganger overliet. Ook de taken die hij of zij niet goed kon.

Paulus beziet de gemeente en in het kader van de liefde, die onderliggende waarde, dat principe van de schepping, ziet hij wat nodig is en wat mogelijk is en wie dat dan kunnen doen. En zo maakt Paulus gebruik van al die mogelijkheden die mensen hebben: de één kan dit, de ander kan dat. En zo, en zo alleen vormen ze samen de gemeente.

Natuurlijk weten we dat al lang, en natuurlijk doen we dat ook wel, misschien maar een beetje, maar toch. Maar nu terug naar het voorgaande: We zijn als Gemeente op weg, midden in deze wereld. Als dat het uitgangspunt is: via leren, via verkondiging en via het genezen van mensen uit hun eenzaamheid, hun verlorenheid, hun wanhoop, als dat het uitgangspunt is, gemeente te zijn in de wereld, waar merkt de wereld dan dat bij ons de één dit kan, de ander dat, een derde weer wat anders. Hoe kunnen we vanuit ons gemeentezijn dienstbaar zijn aan de wereld, voorbij ons eigen groepje. Gelukkig ook dat gebeurt, maar we blijven denk ik nog teveel binnenshuis.

Concreet: In hoeveel hulpacties doen we mee, in hoeveel vrijwilligerswerk, hoe laten we de wereld iets hebben aan onze bestuurskracht, aan onze financiële kennis, aan onze kennis, aan onze gave om anderen te genezen. Misschien gebeurt er heel wat, maar laten we het ook merken dat we dat doen, omdat we de wereld geschapen zien vanuit het principe van de liefde. Of doen we dat stilletjes omdat we het wel leuk vinden, of omdat we er gewoon een keer zijn ingerold via de buurvrouw? Het gaat er niet om dat iedereen weet dat wij doopsgezind zijn, dat is niet zo belangrijk, maar het gaat er wel om dat iedereen beseft dat wij met onze mogelijkheden vanuit ons leren en vanuit onze verkondiging laten zien dat wij geloven in een op liefde en vrede gedragen schepping.

Waar ben je gemeente? Wij zijn daar en daar, betrokken op elkaar en op de wereld. Dat is niet de Nieuwe Stationsweg 1, dat is ook niet alleen een website, dat is aan het werk, als ambassadeurs van het koninkrijk.

Ik vermoed dat kerken uit hun schulp moeten kruipen, en uit hun eigen hokjes, ik vermoed, dat we alleen dan de verkondiging van het koninkrijk nog enigszins vorm kunnen geven. Ik vermoed het, maar ik weet het ook niet.

Veertig dagen is vast niet genoeg om ons te bezinnen op de weg van de gemeente in deze samenleving. Maar gezien de weg die Jezus ging, kan dat ons helpen een begin te maken. We zijn met velen, ieder met een eigen vaardigheid. In ieder geval kunnen we beginnen de vraag serieus te nemen: Gemeente, waar ben je. Amen

 

v Lied van de gemeente: 970 (Vlammen zijn er vele)

v Moment van stilte

v Muzikale bijdrage

 

v Open ruimte

 

v Woord van gebed en aandacht voor mensen in deze wereld

Geraakt door het verhaal van God en mensen, waarin we de stem hoorden van wie, wat we de Eeuwige noemen, God van liefde en vrede, vragen we betrokkenheid bij de wereld om ons heen, bij al die mensen, al die mensen die leven en niet meer weten hoe, niet meer weten met welke toekomst, niet meer weten met welk voedsel, niet meer weten waar medicijnen zijn, niet meer weten waar een plek is om te wonen, te werken, lief te hebben en te genieten.

We vragen betrokkenheid bij al die mensen in de wereld, die hun nek durven uitsteken voor al deze mensen, die helpen waar het kan, ook als het niet kan of gevaarlijk is.

We vragen betrokkenheid bij mensen vlak om ons heen, eenzaam, verslaafd, niet in staat tot enige actie. We vragen betrokkenheid bij deze en andere gemeenten, die leren, verkondigen en dienend aanwezig willen zijn in de wereld en niet meer weten hoe en waarom zij mensen bereiken.

Wij vragen om genoeg vertrouwen in de stem van de Eeuwige om deze betrokkenheid aan te gaan, te voelen, gestalte te geven, zoals de man die op weg ging van Galilea naar Jeruzalem, van leven naar de dood en verder dan de dood.

Denkend aan hem bidden wij samen:

Onze Vader

 

v Lied van de gemeente: 425 (Vervuld van uw zegen)

 

v Op weg

We gaan op weg, de weg van leven, geflankeerd door hoop en wanhoop, door gezondheid en ziekte.

We gaan op weg, de weg van leven, heel gewoon en toch bijzonder, gedragen door liefde en vertrouwen, hopend op vrede en gerechtigheid.

We gaan op weg, de weg van het leven, van hier naar daar, en vragen daarbij dat hij/zij met ons gaat, hij/zij, die we de Eeuwige noemen, God van liefde en vrede.

 

v Zegenbede van de gemeente: Lied 416 (Ga met God en Hij zal met je zijn)

v Orgelspel

 

Méér preken      (Sluit de pagina om terug te keren)