Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 3 mei 2009, preek ds. K. van der Werf

 

Dodenherdenking 2009

Jozua 4: 20-24

 

Op 10 juli 1584 pakte Balthasar Gerards het zeer efficiënt aan om Willem van Oranje om te brengen in zijn huis in Delft. Hij gaf zich uit voor een Franse protestant met de naam François Guyon en bood zijn diensten aan Oranje’s hofpredikant aan, die daar dankbaar gebruik van maakte, zonder te weten dat het Balthasar Gerards erom te doen was Willem van Oranje te vermoorden.

En op de 10e juli schoot Balthasar Gerards Willem van Oranje neer met drie pistoolschoten. Inslagen van schoten zijn nog steeds in het huis aanwezig wat onlangs weer forensisch onderzoek opleverde om nu, na zovele jaren, precies te kunnen bepalen waar Balthasar Gerards had gestaan om Willem van Oranje om te brengen.

 

Balthasar Gerards had geen zwarte Suzuki tot zijn beschikking en Balthasar Gerards was er met zijn actie ook niet op uit om zich eerst door een menigte te werken en de mensen die in de weg stonden omver te slaan… Balthasar Gerards was beslist niet van plan een groot risico te nemen om in een dolle roes zo uit de menigte op de prins van Oranje af te stormen met als risico dat hij de prins niet eens zou kunnen bereiken, maar tegen een zuil tot stilstand zou komen… nee… Hij wist dat dat geen enkele zin had en dat hij met zo'n daad, iedereen tegen zich in het harnas zou jagen.

 

Onschuldige mensen, niets vermoedend vinden de dood, door een ontketende zwarte Suzuki bij paleis Het Loo. En als de auto de bus had geraakt was het effect nog nihil geweest. Tenzij de auto vol met explosieven had gezeten… dan had het nog resultaat gehad, maar nu: een laffe daad van een gefrustreerde man. Waarbij het hem zeer kwalijk valt te nemen dat hij de familie van vele mensen in het ongeluk heeft gestort. Mensen die 's morgens met zijn allen zijn weggegaan en van het één op het andere moment één moeten missen uit hun kring en zo 's avonds weer naar huis gaan. Hun leven… op slag totaal veranderd en 30 april zal voor deze mensen nooit weer onbekommerd koninginnedag zijn.

 

Balthasar Gerards had zijn plan goed voorbereid en de aanslag had een duidelijk politiek motief. Door Willem van Oranje om te brengen, hoopten de Spanjaarden dat de organisatie van de Nederlanden in een vacuüm zou komen, met als gevolg dat er van een georganiseerde strijd weinig zou overblijven en het gemakkelijker werd voor de Spaanse troepen om de Nederlanders te verslaan. Adolf een jongere broer van Willem van Oranje was al omgekomen in de strijd bij het klooster van Heiligerlee en hoe meer telgen van de Oranje-familie gedood of vermoord werden, des te beter was het voor de Spanjaarden om de strijd te winnen.

 

De Spanjaarden hadden onderschat dat er een troepenmacht vanuit Leer naar Groningen kwam die zich had gelegerd op de zandrug bij Winschoten. Zij liepen in de val, omdat ze zich vastliepen in het drassige veenland er omheen.

Een grote overwinning, maar wel een waardoor graaf Adolf het loodje legde en er zo dus een telg uit het Oranje geslacht minder was om de strijd te leiden. Het grote monument aan de oude weg van Scheemda naar Winschoten herinnert nog aan deze strijd en het volkslied bewaart nog een altijd een couplet aan deze veldheer. Een couplet waar Groningers nog steeds boos over zijn omdat de dichter vermeldt dat Graaf Adolf gevallen is “in Vrieslandt in den slaech” en dat het woord “Groningen” of “Ommelanden” niet genoemd wordt.

 

Het monument van graaf Adolf bij Heiligerlee is een typisch praal-monument en doet in onze tijd een beetje protserig aan. Ooit neergezet vanuit een sterke nationale gedachte van 'ons Nederland'… 'ons vaderland'… 'onze vrijheidstrijd'… 'onze godsdienst vrijheid'. Waarbij wél moet worden gezegd dat met 'onze godsdienstvrijheid' alleen maar het Calvinisme werd bedoeld. Het Wilhelmus ademt nog altijd deze godsdienstsfeer van het protestantisme met de woorden: mijn schild ende betrouwen zijt Gij o God mijn Heer.

Want échte godsdienstvrijheid bestond niet in de Nederlanden van toen. Het Rooms-katholicisme was de godsdienst van de koning van Hispanje en was dus de godsdienst van de vijand, die geen andere meningen tolereerde. Met als gevolg dat toen de bakens waren verzet de Calvinisten geen ruimte lieten voor het Rooms-katholieke geloof. En de Doopsgezinden vielen precies tussen wal en schip. De Spanjaarden moesten niks van hun hebben en pas in 1577 werden ze door Willem van Oranje in bescherming genomen toen ze naar Middelburg togen met een grote zak met geld om zo ervoor te zorgen dat ze geen burgereed hoefden te zweren. Maar echt voor vol werden ze nooit aangezien en het is alleen dankzij de vooraanstaande posities van Doopsgezinden in het openbare leven dat ze getolereerd werden.

 

Maar de vele monumenten die er zijn over deze tijd ademen nog altijd de sfeer van een Nederland, dat zich onder het juk van de koning van Spanje wist te bevrijden dankzij de Oranje's en daarbij twee échte monumenten achterlieten namelijk het Wilhelmus en de Statenbijbel.

 

Want ons volkslied is eigenlijk niks anders dan een lied uit die tijd, gemaakt vanuit de opvattingen van die tijd met het protestantse geloof als uitgangspunt.

En vandaar uit de vele vergelijkingen dat het een rechtvaardige strijd is die de Nederlanders doen en dat God aan hun kant staat en na het zuur zal ik ontvangen van God mijn Heer het zoet. Tenminste als ik maar goed geloof en mij inzet voor deze zaak. De Spanjaarden zullen worden verdreven en al moeten de Nederlanders nu eerst vluchten voor deze wrede Spaanse tiran; uiteindelijk zal toch de tiran het onderspit delven net zoals David ooit moest vluchten voor Saul de tiran. In de Tweede Wereldoorlog werd ditzelfde beeld toegepast op de Duitsers.

 

Maar wat maakt nu iets tot een écht monument? De Naald voor paleis Het Loo was een typisch monument waarin iets vermeld staat over koning Willem III en hoe die resideerde vanuit Apeldoorn. Met de toeristengids in de hand staan mensen ernaar te kijken, laten zich fotograferen en weten een dag erna al niet meer waar nu precies die naald voor stond.

 

Maar sinds donderdag heeft die naald een hele andere betekenis gekregen.

Vooral voor die mensen, die iemand hebben verloren. En de naald zal voor altijd een plek zijn die verbonden is met koninginnedag 2009. Ook al komt dat nergens te staan… voor mensen die het weten is dit ineens het monument… hún monument. Want dit is het tasbare wat overblijft van herinneringen. Zoals een grafsteen dat ook kan zijn. Zoals de kromgetrokken rails in Westerbork dat zijn.

Zoals er een officieel monument is gekomen voor de omgekomen brandweer­lieden op 9 mei precies een jaar geleden bij De Punt. En insiders zeggen al, dat het niet meer dát monument is wat er spontaan is geplaatst. Een oude driewegspuit om aan te geven dat het om drie brandweerlieden ging. En iedere keer verse bloemen erbij speciaal opgekweekt door de familie Ubels uit Yde om zodra er bloemen uitgebloeid zijn deze te vervangen.

 

Een monument maakt pas iets tot een écht monument wanneer het voor mensen directe betrokkenheid geeft. Want het verhaal achter het monument maakt het pas dat het een écht monument is. Ieder dorp heeft wel een monument, al is het alleen maar om praktische redenen om dodenherdenking te vieren. Vaak midden in een park, maar niet op een plaats waar daadwerkelijk dingen zijn gebeurd, waardoor mensen verscheurd zijn. Denk aan de executies in de Appèlbergen, denk aan de plek op het twee provinciënpunt bij Bakkeveen waar Hendrik Nicolaas Werkman is doodgeschoten.

 

En voor mij is het monument bij Trimunt onder Marum een echt monument.

Midden in the middle of nowhere staat een gedenktekentje dat bijna niet te vinden is. Het staat hemelsbreed 50 meter van de snelweg tussen Groningen en Drachten. Terwijl de Duitsers van de stelling Trimunt niet te veel drukte wilden en zeker geen conflicten met de bevolking, veranderde dat op 3 mei 1943.

De Nederlandse soldaten moesten weer in krijgsgevangenschap terugkeren en dat was de aanleiding tot ongeregeldheden. Er werden boomstammetjes op de weg gelegd om het verkeer te blokkeren en de boeren leverden geen melk meer aan de melkfabrieken. Ook bij Marum werden daarvoor 16 mensen opgepakt onder wie een 13 jarige jongen. En de bedoeling was om ze die dag weer vrij te laten. Maar door het noodlot verscheen op die dag een detachement van de Grüne Polizei in het kamp, die onderweg was van Drachten naar Groningen.

En dezen waren onverbiddelijk en hebben de 16 mensen gefusilleerd. Zelfs de 13-jarige Steven van der Wier die wegliep met zijn klompen in de hand, werd doodgeschoten. En nog altijd heeft deze gebeurtenis een grote impact bij de families in die streek.

En met dodenherdenking komt er een handjevol mensen bij elkaar. Zo op het oog, getalsmatig bijna niet eens meer de moeite waard om het nog te organiseren. Maar het is dan ook niet een officiële herdenking van een plaatselijk 4-meicomité. Integendeel het zijn familieleden die stil staan bij wat er toen is gebeurd en die nog altijd geraakt zijn door het verhaal waardoor hun familie zo is geworden, zoals ze nu is. Om 8 uur raast het verkeer gewoon door op de A7, maar bij de aanwezigen leeft het verhaal van het monument.

 

Het verhaal ook van de geloofsvragen. Kun je nog in een God geloven, waar dingen hebben plaatsgevonden, die voor je gevoel niets meer met het goede te maken hebben? Kun je nog in een God geloven, als iemand die je zeer dierbaar is, toevallig om 10 voor twaalf voor paleis Het Loo in de baan van de auto stond?

 

En dan denk ik, dat een écht monument een plek is waar dat wel kan.

Een monument is pas een echt monument als het een plek is waar je daadwerkelijk iets ervaart. En niet iets wat je ter kennisgeving aanneemt, met de toeristengids in je hand, zoals het praalgraf van graaf Adolf.

Het échte monument hoeft niet per se een hele grote steen te zijn. Het kan wel een klein ingegraveerd kruisje zijn dat één van de familieleden heeft ingekerfd op een plek die alleen betekenis heeft voor degenen die ervan weten wat zich daar heeft afgespeeld. Een plek waar mensen met hun geloofservaringen naar toe gaan om alles voor zichzelf op een rijtje te krijgen.

 

Jozua zet ook twaalf stenen in een kring op de plek waar het volk van Oud-Israël het nieuwe land is binnengetrokken (Jozua 4: 20). Zo in eerste instantie een mooi herinneringsteken, zodat de mensen precies later zouden weten op welke plek het volk door de Jordaan is getrokken. Maar dát is nou juist niet de hoofdreden.

 

De hoofdreden van dat monument is dat 'alle volken der aarde zullen weten dat de hand van de Heer sterk is'. En vandaar dus ook die twaalf stenen. Zij zijn ontleend aan de twaalf tekens van de dierenriem. De twaalf tekens van de dierenriem staan voor de gehele kosmos. En die kosmos wordt volgens de opvattingen van het geloof van Oud-Israël bestuurd door de God van dit volk.

De God die wil dat de mens leeft zoals dat uit het scheppingsverhaal naar voren komt. Een mens van het goede. En ook al loopt die mens vast in een totale uitzichtloosheid dat hij verzwolgen dreigt te worden door de zee… toch komt er op de één of andere manier weer hoop voor die mens. De wateren blijven zelfs stilstaan. Alles in de kosmos is er op gericht om dit mensbeeld gestalte te geven in de wereld, ook al wordt dat door Egypte teniet gedaan.

 

De 12 stenen van Jozua zijn het monument voor het mensbeeld van God. Het is een écht monument voor de gelovige mens, die zijn of haar geloof belangrijk vindt. En die het vertrouwen heeft in een kracht, ook al zit de mens diep in de put, er geen uitzicht meer is op een menswaardig bestaan, dat er dan toch een kracht is die je daar doorheen helpt. Het is datgene wat we God noemen en dat mensen op verschillende manieren ervaren. Vooral op die plekken, waar mensen betekenis aan toekennen. En daarom is het ene monument voor de één iets nietszeggends en heeft het voor de ander een ontzettend diepe betekenis. De naald voor paleis Het Loo is een heel ander monument geworden dan vóór koninginnedag. Het zal altijd het beeld oproepen van de gebutste auto die daar tot stilstand kwam, doden en gewonden achterlatend.

 

Want een écht monument wordt gekenmerkt door het verhaal erachter.

En dát verhaal bepaalt de waarde van een monument voor iemand.

Zoals het geloven in God ook bepaald wordt door je eigen verhaal.

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)