Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 30 januari 2011

Voorganger: br. Gabe Hoekema

 

Dwaasheid

Korte terugblik op de dienst

In deze dienst kwam de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs in verschillende opzichten ter sprake. In het leesrooster van de Raad van Kerken wordt de brief gedurende de Epifanietijd gelezen.

1.      Deze brief is een gemeentebrief en geen theologische verhandeling.

2.      Deze brief richt zich tot een doodgewone gemeente. Een gemeente met lief en leed, met verdeeldheid en met eenheid, een gemeente die het durft om de dwaasheid te dragen van de verkondiging van het kruis, d.i. de totale mislukking van het leven van Jezus in de wereld (Hoofdstuk 1). Daarom werd begonnen met de vraag om eens even na te denken over de vraag wat het betekent om zusters en broeders te zijn. Juist in het licht van deze brief. Daarom kwam de nadruk in deze dienst te liggen op de dwaasheid van de verkondiging. En dat werd verbonden met de dwaasheid van mensen, waar en wanneer ook: de dwaze moeders, de hofnar, de dwaze, geweldloze demonstranten in Tunesië en Egypte.

3.      Deze brief roept op tot het vormen van het ene lichaam van Christus, waar niemand tegen de ander kan zeggen: ik heb je niet nodig (Hoofdstuk 12). Integendeel, de liefde is de drijvende kracht (Hoofdstuk 13).

Als we naar het Dopers volkje kijken in Nederland dan is het een dwaasheid om een nieuw kerkje te bouwen op het terrein van Mennorode, zoals er na de tweede oorlog in de afgelopen 60 jaar een aantal nieuwe kerkjes zijn gebouwd, onder andere in Haren. Dat is dwaas. Je kan toch op je vingers natellen dat zo’n kerkje straks geen mensen meer heeft om er in te zitten.

Het is de dwaasheid van een gemeente, of van een instelling om dat toch te doen. Om tegen alle statistieken in het aan te durven om vooruit te denken, om te bouwen en niet alleen maar achterom te kijken hoe goed het vroeger was.

Dat is de dwaasheid van het kruis. De dwaasheid van de onmacht, die opeens een kracht blijkt te zijn. De dwaasheid van het kruis dat opeens geen dood meer betekent, maar leven.

Daarom volgen we een man, die zei; Gelukkig jij, jij arme, want jij bent iemand van Gods koninkrijk, van Gods volk, gelukkig jij, zachtmoedige, treurige, vredestichter, want van jou, van jullie hangt het werkelijke bestaan van de wereld af. De wereld hang niet af van de machtigen, niet van de gelijkhebbers, niet van de doordravers. Maar wel van al die mensen die niets hebben: geen macht, geen geld, maar die een ding wel hebben: Ze verrouwen op elkaar als zusters en broeders, laten niemand vallen, ook niet als er onenigheid is, of als we het niet met elkaar eens zijn.

Leve de dwaasheid!

 

Méér preken      (Sluit de pagina om terug te keren)