Doopsgezinde Gemeente Haren

Zondag 5 juli 2009

Voorganger: ds. K. van der Werf

 

Welkom en aanvangswoorden

Zingen: Psalm 68 : 7 en 9

Lezing: Lucas 13 : 6-9

Zingen: Gez. 350

Lezing: Lucas 13 : 18-21

Zingen: Gez. 483 : 1 en 4

Preek

Muziek

Open ruimte

Gebed

Zingen: Gez. 474

Afsluiting

 

Vakantiepreek “Atlantis”

Waar is het paradijs?

 

De vakanties zijn nu écht begonnen! Vannacht is de eerste groep Nederlanders afgereisd richting Zuid-Frankrijk! En dat is te zien afgelopen week. Caravans staan bij huis en mensen zijn druk in de weer om de halve inventaris in de sleurhut te installeren! Er is amper tijd voor de diploma-uitreikingen of het afscheid van de kinderen van de basisschool. Iedereen die deze week vakantie had gepland, was in gedachten al bij de vraag hoe het organisatorisch voor elkaar te krijgen om vannacht richting het paradijs te gaan. Moeiteloos worden afstanden van 1400 kilometer in één dag afgelegd. En iedereen vertrekt in de nacht want zo zeggen ze: “dan vermijden we de drukte van Parijs”. En al die vakantiegangers die ik allemaal spreek, komen nooit in een file terecht en hebben nooit last van de warmte en hebben er ook nooit last van dat er een grote wachtrij staat voor de wc van een tankstation, waar de hele dagproductie van de fabriek van Glorix-bleekmiddel nog niet eens toereikend is om de boel op te schonen.

Voor sommige mensen begint de reis naar het paradijs blijkbaar al meteen om 2 uur ’s nachts wanneer koers naar het zuiden wordt gekozen.

Dáár in het zuiden schijnt het paradijs dus te liggen! Vooral de zuidkust van Frankrijk en Spanje! Dat de ANWB jaarlijks bijna 800 mensen bijstaat vanuit hun steunpunt in Lyon, omdat de motor is vastgelopen door de hitte of de waterpomp het heeft begeven, die cijfers laten we maar even voor wat het is.

Het gaat om de vakantie met daarbij het gevoel even in het paradijs te zijn geweest.

 

Maar… ligt dat paradijs wel in het zuiden?? De reden dat wij het paradijs in het zuiden plaatsen, is vooral maatschappelijk bepaalt door het feit dat heel veel mensen kiezen voor een zekerheid op mooi weer. En dan scoort Frankrijk gewoon het hoogst. Vijftig jaar geleden was je in Frankrijk als Nederlander nog een vreemde, nu zijn er complete Nederlandse enclaves, geleid door Nederlanders, die een volledig dagprogramma aanbieden zonder dat je ook maar één keer in contact komt met de lokale bevolking. En dat is lekker gemakkelijk in een land, waarvan je de taal niet beheerst.

Ben je hier in Nederland op geen enkele manier in een kano te krijgen… in Frankrijk móet je hebben gekanood op de Dordogne. En wie denkt dat dat even een bootje huren is op het Zuidlaardermeer, die heeft het goed mis. Want het is filevorming voordat je kunt starten en een uur wachten voordat je eindelijk in een kano mag vertrekken is heel normaal. En terwijl in de folder werd aangekondigd: “U kanoot langs de paradijselijke oever van de Dordogne”, zit je met 500 Nederlanders op een stuk rivier, waarbij je,... als je langs de schaarse bomen van de rivier peddelt,… in het midden van de rivier kunt ruiken, dat 500 Nederlanders in staat zijn om een ammoniakuitstoot te produceren waar menige Nederlandse varkenshouder jaloers op zou zijn.

Het is maar wat je onder het paradijs verstaat!

 

Nu ligt volgens de Bijbel het paradijs niet in het zuiden maar in het oosten.

En het wordt voorgesteld als het in alles perfecte vakantieparadijs. Althans… dat is hoe wij het het liefst willen interpreteren. Een plek in de wereld waar alles perfect is. De vraag is alleen: kun je daar ook komen? Kun je met je sleurhutje langs de Route du Soleil in het paradijs komen? En het antwoord is heel simpel: het antwoord is: ‘nee!!’. Je kunt daar niet komen! En waarom niet, zou je zeggen? Omdat dat paradijs voor de mens afgesloten is. Ooit hebben volgens het bijbelverhaal Adam en Eva daar gewoond, maar die zijn uit het paradijs gezet, omdat ze de orde daar hebben verstoord. Ze zijn in de wereld gezet, waardoor de mensheid wél weet heeft van dit paradijs, maar er níet kan komen, want de weg er naar toe wordt bewaakt.

 

De mens kan nog niet in de dit paradijs komen. Maar… de mensheid heeft er wel weet van dat er zoiets moet bestaan. Adam en Eva hebben dat vast verteld tijdens de borrel. En dat maakt nieuwsgierig! Waar is dat paradijs? Hoe kun je er komen? Wat moet de mens doen om dat paradijs te bereiken?

 

Eigenlijk zo proberen te leven dat je de ander geen schade berokkent. En dat lukt niet altijd, omdat het gebaseerd is op een principe dat van twee kanten moet komen. Je kunt wel zeggen ‘heb je naaste lief’, maar als die naaste jouw niet lief heeft, wordt het helemaal niks. Vandaar ook dat de bijbel het heeft over: heb u naaste lief als uzelf. Er staat niet: heb u naaste meer lief dan uzelf, heb u naaste minder lief… nee… er staat… heb u naaste lief als uzelf. Met andere woorden: ga uit van een levenshouding van wat je zelf niet wilt, doe dat ook een ander niet!

 

Dat is in feite de kern van deze levensovertuiging. Het is een levensovertuiging die gebaseerd is op een geloof in een mensbeeld in een wereld die zo behoort te zijn als het paradijs. Want dáár kwam die mens immers vandaan!

En dat paradijs was niet zomaar een soort van voorwereld voor de mens. Aan dat paradijs lag een kracht ten grondslag. De kracht van een God. Een God, die ondanks alles met Adam en Eva is meegegaan in de wereld en… is gebleven in die wereld. Tenminste… dat moet je geloven! Dat moet je aannemen, want te bewijzen valt er niets.

 

Dit beeld dat de wereld ooit paradijs was, kun je alleen maar door het te geloven verklaren. Natuurkundig valt er niks te bewijzen.

Maar moet dat ook altijd? Het begrip ‘hoop’ is juist gebaseerd op je eigen geloof.

Je geloof bepaalt hoe jíj de wereld ziet. Hoe jíj de mens ziet. Wat jíj onder het paradijs verstaat. Je geloof bepaalt dat in feite, en niet allerlei natuurkundige wetten. Je geloof in een God, die er nog altijd is en die je steeds weer wil wijzen op dat paradijs wat er eens was.

 

Die daardoor ook een kracht voor je kan zijn, als je het even niet ziet zitten. Of wanneer je getroffen wordt door verdriet, door rouw. Het is het geloven in een kracht die je over de dode momenten van het leven heen wil tillen en je er weer op wijst, dat de mens wel degelijk een doel heeft in het leven: dat je leven erop gericht is dat dat paradijs van toen, ooit een keer werkelijkheid zal worden.

 

Alle culturen in de wereld kennen zo’n gedachtegang dat er ergens een wereld heeft bestaan die perfect was. De Griekse wijsgeer Plato beschrijft in zijn boek Timeus, het eiland Atlantis. Het zou buiten de ‘Zuilen van Hercules’ liggen in naar wat hij noemt de zee die waarlijk haar naam verdiende. De ‘Zuilen van Hercules’ is de straat van Gibraltar en de zee die waarlijk haar naam verdiende is de Atlantische Oceaan. En Plato beschrijft het land Atlantis als een perfect, in bijbelse ogen: paradijselijk land.

 

Maar de hamvraag is: heeft dit land Atlantis écht bestaan? Tot op de dag van vandaag houdt die vraag de gemoederen bezig en er is al menige expeditie uitgerust om bepaalde gebieden van de Oceaan te onderzoeken of daar misschien het verzonken Atlantis zou hebben gelegen. De één zegt dat het écht heeft bestaan en de ander houdt het voor fictie.

Heeft Plato het land Atlantis genoemd en in de Atlantische Oceaan geprojecteerd, waarbij de naam ‘Atlantische Oceaan’ al bestond… óf… heeft de mensheid de zee Atlantiche Oceaan genoemd omdat het eiland Atlantis erin lag?

 

En ik denk: het eerste! Plato heeft een fictief land beschreven dat hij Atlantis heeft genoemd en dat hij projecteerde in de Atlantische Oceaan. Want die naam bestond al en wat was er gemakkelijker om een land ver weg te beschrijven als een soort van ideale wereld waar toch niemand kon komen. De Grieken kenden de kusten van Afrika en het huidige Portugal en Frankrijk, maar naar de andere kant van de Atlantische Oceaan komen, dat was niet mogelijk. De Atlantische Oceaan was in feite de bewaker, dat men niet naar dat paradijselijke Atlantis kon komen.

 

Sommige mensen denken dat met Atlantis het verloren paradijs bedoeld wordt.

Dat is eigenlijk ook wel zo, alleen maak je dan de fout dat je vanuit twee verschillende culturen redeneert. De Grieken kenden Atlantis als de perfecte wereld waar de mens naar op zoek moet gaan en de joods-christelijke traditie kent het paradijs als de wereld waar de mens naar op zoek moet gaan.

Aboriginals noemen die wereld op hun beurt droomland en de Indianen hebben het over de wereld van Manitou.

 

Maar hoe je het ook wendt of keert: op de een of andere manier heeft de mensheid zo’n spiegel nodig van een land dat perfect is en waar de mens zich op kan richten. Want dat geeft de mensheid het besef dat de wereld waarin men leeft zo’n wereld als Atlantis of het paradijs behoort te zijn.

 

Het paradijs is er dus eigenlijk al, maar het moet nog voltooid worden!

Vergelijk het maar met een beetje zuur wat je door het meel doet om brood te bakken. Een mespuntje zuurdesem, toegevoegd aan 10 kilo meel, proef je in al het brood dat er van gebakken wordt.

En zo’n klein mosterdzaadje stelt helemaal niks voor als je het in de grond poot.

Maar moet je eens kijken hoe dát kan uitgroeien tot een grote plant.

 

Die voorstelling hoe dat paradijs er uit moet zien, heeft de mens wel.

Dat is aanwezig als een piepklein mosterdzaadje of als een klein beetje zuurdesem. Maar het is aan de mens om dat te ontwikkelen. Dat het paradijs niet iets is van twee weken vakantie met de biertap wijd open, maar dat het de inhoud behoort te zijn van je geloofsovertuiging.

 

En ieder mens heeft daar vanuit het geloof wel een voorstelling van. Het christendom noemt het heel zwaarwichtig: Koninkrijk Gods. En dat geeft eigenlijk een wat een verkeerd beeld. De term ‘Koninkrijk Gods’ is teveel beladen met het middeleeuwse idee: God en Jezus regeren over de wereld en o wee, als je je niet aan hun geboden houdt. Dan word je als mens geoordeeld. Heel negatief allemaal, maar ook heel suggestief.

 

Terwijl de term ‘Koninkrijk Gods’ gewoon de christelijke term is voor het begrip ‘paradijs’. Zodat de mens kan werken aan datgene waarvan hij of zij vindt dat het ontbreekt in de schepping, om dát aan te vullen.

En vakantie: niks mis mee. Ook niet als je de ervaring hebt dat je op je vakantie in het paradijs bent geweest.

 

Want dat paradijs?? Dat ligt niet in het oosten en ook niet aan de Route du Soleil in het zuiden. Dat paradijs dat is je eigen leefomgeving waar jij je thuis voelt en waar jij als mens geloof in hebt. Een geloof in een God, die verbonden is met dat paradijs en die voor jou een kracht is: dat je leven wel degelijk een zin en een doel heeft. En dat doel is het begrip ‘hoop’. Want zonder hoop vaart niemand wel!

 

 

Méér recente preken      (Sluit de pagina om terug te keren)