Op 30 november 1933 houden leden van de Doopsgezinde Gemeente Groningen hun eerste wijkavond in Haren. Een zondagschool start en in november 1936 richten zusters de Doopsgezinde Zusterkring in Haren op. In november 1940 wordt de kring Haren – met 86 leden – opgericht als onderdeel van de Gemeente Groningen en op 25 april 1958 wordt Haren – met 170 leden – een zelfstandige Gemeente.

Al eerder was sprake van het bouwen van een Doopsgezinde kerk in Haren: op 1 april 1949 werd daartoe de Stichting bouwfonds kerkbouw Haren opgericht. 

De Doopsgezinde leden in Haren kerken intussen om de veertien dagen in het Witte Kerkje van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden: een keer per vier weken ’s ochtends om 10 uur en een keer per vier weken ’s avonds om 7 uur. Het Witte Kerkje was in 1937 in gebruik genomen. Ook verscheidene Doopsgezinden hadden financieel bijgedragen aan de bouw.

Op 16 juni 1958 koopt de Doopsgezinde Gemeente Haren een bouwterrein op de hoek van de Weg voor de Jagerskampen en de Terborgsteeg. De Rotterdamse architect G.T.J. Kuiper krijgt op 9 november 1959 de opdracht een schets te maken voor een sober kerkgebouw – 200 zitplaatsen – op het aangekochte bouwterrein. Geschatte kosten van het bouwproject: f 120.000. Op 23 maart 1960 geeft de architect een eerste toelichting op zijn schetsplan en op 22 oktober 1960 volgt een tweede bespreking. De leden zien geen kans het bedrag op te brengen. Bovendien blijkt dat het bouwterrein erg klein is voor kerkbouw. Door het tekort aan ruimte zal men voor het betreden van de kerkzaal via een trap naar beneden moeten en voor het bereiken van de gemeenschaps-ruimten zullen de bezoekers een trap naar boven moeten nemen. Dit plan gaat dus niet door.

In de Gemeente spreekt men intussen over de bouw van een pastorie en op 19 april 1960 machtigt de ledenvergadering de kerkenraad een pastorie te bouwen aan de Weg voor de Jagerskampen nr 61.

De plannen voor een eigen kerk raken op de achtergrond totdat het in 1965 mogelijk blijkt om onder gunstige voorwaarden het huis en de grond te verwerven van het lid zr. E.E. Rode-Martens. Het pand de Vreehof, Middelhorsterweg 2, met ongeveer 13 are grond biedt de Gemeente de mogelijkheid om achter de Vreehof een kerk te bouwen. De kerkenraad licht de leden op 27 oktober 1965 in over deze plannen. De kerkenraad deelt de Gemeente tevens mee dat plannen om een kerk te bouwen op het terrein van de Stichting Menno Simonshuis niet te realiseren zijn.  Op 25 februari 1966 gaan de leden akkoord met verkoop van het terrein aan de Terborgsteeg en aankoop van de Vreehof plus grond.  De bovenverdieping van de Vreehof was in de periode 1951-1957 de woning van ds. C.E. Offerhaus.

De Gemeente gaat voortvarend te werk:

Een aantal leden neemt de Vreehof onderhanden, zodat bij het begin van de herfst de zondagsschool daar kan beginnen, evenals de zusterkring. De jongerenkring brengt later de bovenverdieping op orde, waarna de jongeren ‘bij Menno op zolder’ samenkomen.

Intussen bekijkt de bouwcommissie, die al vele jaren had klaargestaan, alle mogelijkheden en vraagt daarna, in overleg met de kerkenraad, aan architect J. Gunnink te Groningen om de plannen in tekening te brengen. De opdracht aan de architect luidt: ontwerp een kerkzaal voor zeker 150 kerkgangers – de Gemeente telt dan 191 leden – terwijl deze kerkzaal door een ruime vestibule, die de inspirerende naam ‘ontmoetingsruimte’ krijgt, verbonden moet zijn met de Vreehof. Daarbij moet er ook een kerkenraadskamer komen. Verder moet de architect rekening houden met de plannen van de burgerlijke gemeente Haren om in de zeer nabije toekomst langs de zijkant van de kerk een weg aan te leggen (de latere Nieuwe Stationsweg), die leidt naar een nieuwe halte van de NS en naar het bijbehorende grote parkeerterrein. Architect Gunnink, zelf van Gereformeerde huize, zet zich er voor in, ook tijdens de bouwvergaderingen, om een juiste indruk te krijgen van het Doopsgezind eigene. De kerk moet een besloten karakter krijgen, maar open staan naar de wereld. En verder stuurt de commissie aan op eenvoud, soberheid en doelmatigheid.

De pastorie staat na het vertrek van ds. G. de Groot in 1964 leeg en dat brengt enkele leden op de gedachte om in de woonkamer van de pastorie experimentele kerkdiensten te houden.

In 1966 komt ds. M. Keyser naar Haren. Haar intrededienst vindt op 16 oktober plaats in de oude Nederlands Hervormde kerk in het centrum van Haren.

In november 1966 start Zusterkring II, de avondzusterkring.

In april 1967 gunt de Gemeente de bouw van de kerk aan aannemer De Jong uit Groningen.

In juli 1967 vindt in Amsterdam het Doopsgezind Wereldcongres plaats. Thuisblijvende leden volgen op zondagochtend een deel van het congres via een in de Vreehof opgestelde televisie.

In oktober 1967 stuurt de kerkenraad aan alle leden en belangstellenden een brief:

De totale kosten van de pastorie (f 51.000), verbouwing Vreehof (f 45.000) en kerkbouw plus inrichting – maar zonder orgel – (f 144.000) bedragen f 240.000. De leden droegen al ruim f 100.000 bij. De A.D.S. draagt f 20.000 bij en het Rijk f 48.000.

In totaal moet de Gemeente eind 1967 nog een bedrag van f 50.650 bijeen zien te brengen.

Op 3 februari 1968 is de opening van het nieuwe Doopsgezinde kerkgebouw in een feestelijke dienst waarin ds. Keyser voorgaat.

In april 1968 houdt de Gemeente onder de leden een enquête. Driekwart van de leden stelt een kruisteken in de kerk op prijs. Een doopschaal hoeft niet zichtbaar in de kerkzaal aanwezig te zijn en de preekstoel dient bij voorkeur aan de korte kant geplaatst te worden. ‘Nu wij een ontmoetingshal hebben is het mogelijk dat wij elkaar voor en/of na de dienst kunnen spreken. Bent u van mening, dat in de kerk zelf voor de dienst niet onderling gepraat zou moeten worden ter voorbereiding op de dienst?’ vraagt de enquête. ‘Ja’ antwoordt ruim tweederde van de leden. (Maar het is nooit tot een stilte voor de dienst gekomen…)

De Doopsgezinden, Gereformeerden, Hervormden, Vrijzinnig Hervormden en Rooms-Katholieken in Haren ondertekenen op 31 augustus 1969 in de Doopsgezinde kerk het ‘Statuut’, waarmee de oprichting van de Harener Raad van Kerken een feit is.

Op 14 januari 1970 overlijdt zr. E.E. Rode-Martens. In overleg met ds. Offerhaus heeft zij de Doopsgezinde Gemeente Haren tot haar enige erfgenaam benoemd.

In 1970 bereikt de Gemeente een record aantal leden: 231. Daarbij komen nog belangstellenden, 10 catechisanten en 44 zondagschoolkinderen.

Van 1978 af verhuurt de Gemeente de benedenverdieping van de Vreehof aan een maatschap van fysiotherapeuten. Een van deze fysiotherapeuten is de organiste van de Gemeente, mevrouw M.J. Niemeijer-Nieuwenhuijse.

In 1980 bouwt de Gemeente onder leiding van br. R. Brandsma een zaal gelegen voor de ‘ontmoetingsruimte’ van het kerkgebouw. Deze zaal, waarvan onder meer de beide zusterkringen gebruik maken, noemen de leden ‘de Voorhof’.

In 1993 verkoopt de Gemeente de pastorie: de toenmalige predikant, ds. F.R. Fennema, woont in de stad Groningen en het aanhouden van een pastorie acht de Gemeente niet noodzakelijk.

De opbrengst – f  256.500 – stort de Gemeente in een ‘predikantsplaatsreserve’.

Gestimuleerd door ds. M.L. Bruggen houdt de Gemeente zich bezig met het praten over vernieuwingen in de kerkzaal. Tenslotte is er sinds 1968 nauwelijks wat aan de inrichting veranderd. Opnieuw houdt de Gemeente – in 1999 – een enquête onder de leden. Uiteindelijk besluit de Gemeente tot een inrichting die uitgaat van de gedachte ‘de Gemeente komt samen rond de tafel’. De kansel wordt vervangen door vier aaneengeschoven tafels die samen een grote ovaal vormen met daarop een lezenaar. Deze ovale tafel staat aan de lange kant van de kerkzaal. Op de tafel ligt naast de geopende bijbel het gedachtenisboek met de namen van en herinneringen aan leden die de laatste jaren zijn overleden. Verder staan een vaas met bloemen en een kaars op de tafel. Er komen nieuwe stoelen en nieuwe gordijnen. Het grote houten kruisteken verdwijnt uit de kerk. Het kruisplastiek dat de architect en de bouwers in 1968 aan de Gemeente schonken, verhuist nu uit de kerkenraadskamer naar een plaats aan de wand achter de tafel.

Na iedere kerkdienst kunnen de kerkgangers koffie of thee drinken in de kerkzaal. De kerkzaal en het nieuwe meubilair lenen zich niet alleen uitstekend voor het houden van kerkdiensten en vergaderingen, maar ook voor bijeenkomsten van de Gemeente zoals het Paasontbijt. In dat geval gaan de tafels uit de Voorhof naar de kerkzaal.

Van april 2004 af bedekt een kunstwerk van de kunstenaar/theoloog ds. Ruud Bartlema een groot deel van een van de korte wanden van de kerkzaal. Het kunstwerk stelt de zeven scheppingsdagen voor, uitgebeeld in de vorm van een zevenarmige kandelaar.

De Voorhof wordt grondig gemoderniseerd en ook de bovenverdieping van de Vreehof wordt aangepakt. Waar vroeger ‘bij Menno op zolder’ was huist nu de opbloeiende zondagsschool.

De 74 leden en 34 belangstellenden (cijfers 2006) ervaren al deze veranderingen, waar de leden van de Gemeente enkele jaren intensief bij betrokken zijn, als verbeteringen.

Bronnen: onder meer ‘Herinneringen’ door zr. N.M. Wartena en archief van de Doopsgezinde Gemeente Haren, beheerd door br. S. Koorn